Kijken als een kenner: wat kathedralen je willen laten zien
Een reis langs vijf kathedralen
Toen vijf jaar geleden de Notre-Dame van Parijs in brand stond, ging er een schok door de westerse wereld. Gelovig en ongelovig, iedereen keek ontredderd toe. Hoe kon een brand in een gebouw van bijna duizend jaar oud zoveel ontzetting teweegbrengen? Wat verliezen we allemaal als een kathedraal in vlammen opgaat en er niets meer van over zou zijn? In dit artikel neemt architect en theoloog Willem Jan de Hek je mee over de drempel van vijf ongelooflijke kathedralen en geeft je elke keer een andere kijkrichting voor je bezoek. Wat doen kathedralen met ons? Wat valt daar te zien en te leren? Over de wereld, het verleden en onszelf?
1. Kijk naar binnen
Cathédrale Notre-Dame, Straatsburg
Het zal je waarschijnlijk niet veel moeite kosten om de ingang van de kathedraal te vinden. Je ziet de deuren openstaan, je oog wordt er vanzelf naartoe getrokken, dankzij het bordes en de trappartij en natuurlijk ook dankzij het grootse portaal eromheen. En misschien is het wel een goed idee om vooral niet te snel naar binnen te gaan, met de grote stroom bezoekers mee. Blijf liever nog een moment staan. Want er is veel wat je zomaar mist. De afgesleten drempels van de duizenden voeten die je zijn voorgegaan, bijvoorbeeld. Of de sculpturen op het portaal, die het hele geloofsverhaal in steen vertellen.
Volgens de bekende kunsthistoricus E.H. Gombrich nodigden romaanse kerken je uit om te schuilen, maar nodigen gotische kathedralen je uit om te kijken. Ze zijn geen vestingen meer, maar vensters op een andere werkelijkheid. De nieuwe kerkgebouwen die vanaf het einde van de 12e eeuw werden gebouwd, schonken de gelovigen een glimp van een andere wereld. Dat is misschien wel precies het revolutionaire van de gotiek: dat steen begint te leven. Alsof het Hemelse Jeruzalem al op aarde aan het neerdalen is. De muren niet langer stroef en afschrikwekkend, maar juist vol met lichtheid, vitaliteit en leven.
In zijn boek Eeuwige Schoonheid noemt Gombrich het voorbeeld van het zuidelijke portaal van de kathedraal van Straatsburg, waar hij even inzoomt op een afbeelding van de dood van de heilige maagd Maria. “We zien dat de kunstenaar niet meer tevreden was met een zuiver symmetrische groepering. Hij wenste zijn figuren leven in te blazen.”
De gotische beeldhouwers namen veel over van de Griekse kunstenaars, maar zoals Gombrich duidelijk maakt, streefden zij iets heel anders na. Hun doel was niet in de eerste plaats een natuurgetrouwe weergave, maar: “het heilige verhaal steeds ontroerender en overtuigender vertellen. En dan nog niet eens om het verhaal zelf, maar vooral om de boodschap die het overbracht en de troost en de stichting die de gelovigen eruit konden putten. De houding van Christus terwijl hij naar de stervende maagd kijkt, was zeker belangrijker dan het vaardig weergeven van de spieren.”
In vrijwel alle grote gotische kathedralen ontdek je aan de portalen een verbluffende dwarsdoorsnede van de westerse cultuurgeschiedenis. Je vindt er profeten, apostelen en heiligen, maar ook filosofen, wetenschappers, koningen, ambachtslieden en zelfs de maanden en de seizoen staan soms afgebeeld, of de tekens van de dierenriem. En zo vormt het portaal van de kathedraal een soort stenen encyclopedie: een overzicht van alle kennis, verhalen en wijsheden waarvan de middeleeuwers geloofden dat ze zich uiteindelijk allemaal hadden laten voeden door dat ene Woord waardoor en waarvoor de wereld was geschapen. En dat alles om jou als bezoeker eraan te herinneren: wie deze drempel overgaat, stapt een ruimte binnen die de hele menselijke ervaring wil omarmen. Dat belooft wat. Hoog tijd om naar binnen te gaan.
2. Kijk omhoog
Santa María del Mar, Barcelona
Het eerste wat opvalt als je een kerkgebouw binnenkomt is natuurlijk de hoogte. Dat geldt trouwens niet alleen voor kathedralen, maar evengoed voor een wat meer bescheiden dorpskerk. De relatieve hoogte is vrijwel altijd een belangrijk kenmerk van de ruimte. Je blik wordt vroeg of laat onwillekeurig naar boven getrokken. En dat is natuurlijk ook weer niet zo gek. Want in deze ruimte gaat het bij uitstek over datgene wat verder reikt dan het hier en nu. Op deze plek word je even boven het alledaagse leven uitgetild – in een werkelijkheid die soms letterlijk je verstand te boven gaat.
De Spaanse schrijver Ildefonso Falcones schreef een historische roman over de bouw van de Santa María del Mar in Barcelona. En hoewel deze kerk strikt genomen geen kathedraal is – ze vormt geen zetel (cathedra) voor een bisschop – roept ze door haar gotische structuur en indrukwekkende ruimtelijkheid toch dezelfde ervaring op als de grote Europese kathedralen. Het boek De kathedraal van de zee gaat over een jongen, Arnau, die opgroeit tussen de steenhouwers en sjouwers die meewerken aan de bouw van deze imposante basiliek. En daarom bevat het boek mooie en sfeervolle beschrijvingen van de bouw van zo’n kathedraal.
Gaandeweg begin je als lezer steeds meer onder de indruk te raken van het vernuft van de bouwmeesters uit die tijd. “Waarom maken ze de steigers steeds hoger?”, vraagt Arnau op een bepaald moment verbaasd. Bouwmeester Berenguer de Montagut legt daarop tot in detail uit wat er allemaal moet gebeuren om hoog boven de grond een apsis te kunnen bouwen – het halfronde, rijk versierde uiteinde van een kerk, waar het altaar meestal staat. Voor deze constructie moeten zes bogen worden aangebracht, die zullen rusten op een aantal zuilen, waarbij de middelste zuil het zwaartepunt van het geheel vormt.
Op het allerhoogste punt zal vervolgens een grote steen worden geplaatst, die de sluitsteen heet. Vandaar die hoge steigers. En als de sluitsteen er eenmaal ligt moeten de bouwvakkers de ribben van de bogen geleidelijk naar boven laten lopen, tot ze bij de sluitsteen samenkomen. Kortom, een waagstuk van jewelste. “Maar waarom toch al die moeite?”, vraagt Arnau daarom verbaasd. “Hou je van Maria-ter-Zee?”, vraagt de bouwmeester ten antwoord. “Nou, als de nieuwe kerk klaar is, zal zij baden in het licht. Ze zal niet meer in het donker staan zoals nu, en ze zal de mooiste kerk hebben die je je maar kunt voorstellen. Ze zal niet langer opgesloten zitten tussen dikke, lage muren, maar tussen hoge, dunne, ranke muren staan, met zuilen en kapellen die tot de hemel reiken, waar de Maagd Maria toch moet zijn.”
Al dat technisch vernuft dient dus maar één doel: bevrijding, openheid, de vleugels uitslaan, omhoog bewegen, naar de hemel toe. Het is een soort theologie in steen. De mens is klein en het mysterie is groot – en toch mag je in deze ruimte gaan staan en je verbazen over de hoogte. Neem daar vooral de tijd voor. Kijk hoe de lijnen van het gewelf je blik sturen. En vraag je af hoe het moet zijn geweest om dit te bouwen zonder hulp van computers en motoren, alleen met touw, hout en vaak op goed vertrouwen. Zou jij het aandurven om zo iets van de hemel naar de aarde proberen te halen?
3. Kijk omlaag
Cathédrale Notre-Dame, Chartres
We lopen weer een stukje verder de kerk in. En hoewel er van alles te zien is om je heen, is het de moeite waard om ook even naar beneden te kijken. Misschien is het niet je eerste reflex… maar de vloeren van een kerkgebouw kunnen enorm veel te vertellen hebben. Wat dacht je van al die grafzerken, met de namen en jaartallen er vaak nog op. Ze vertellen een verhaal van leven en dood. Valt het je misschien op dat de namen voor je gevoel op zijn kop staan? Je moet jezelf helemaal omkeren om ze te kunnen lezen en met je rug naar de voorkant van de kerk gaan staan. Dat voelt misschien vreemd, maar in veel gevallen is het zo wel precies bedoeld. Want in het oosten komt de zon op en in veel oude kerken liggen de zerken dan ook zo georiënteerd dat de overledenen ‘naar het oosten kijken’. In de richting van de opkomende zon en, in christelijke symboliek, dus ook van de opstanding.
Maar er is nog veel méér te zien als je omlaag kijkt in een kerk. Sommige vloeren zijn in een symbolisch patroon gelegd, als een uitnodiging om vooral niet te snel door de kerk te lopen. En in de kathedraal van Chartres tref je op de grond zelfs een heus labyrint aan. Als je dat tegenkomt in een kerk, ga het dan vooral een stukje wandelen en kijk eens wat het met je doet. Je zult er in ieder geval achter komen dat zo’n labyrint bepaald géén doolhof is. Zo is het ook nooit bedoeld. Het labyrint is in feite één lange route die opgekruld op de grond ligt, je stapt er aan de buitenkant in en komt na allerlei bochten en krullen uiteindelijk vanzelf in het centrum aan. En daarmee staat het labyrint natuurlijk symbool voor de weg van het leven: dat heeft ook een startpunt en een eindbestemming, hoewel je levensweg zomaar heel kronkelig kan zijn.
De predikanten Bart Gijsbertsen en Jan Willem Kirpestein geven er in hun boek Voor wie maar stil wil worden, over de kathedraal van Chartres, prachtig woorden aan: “Al lopend over het pad dat het labyrint aangeeft zijn er zoveel momenten die een herinnering kunnen zijn aan gebeurtenissen in je leven. Een omslag die je niet aan zag komen. Een scherpe bocht die je misschien wél aan zag komen, maar je was niet bedacht op het andere perspectief dat je voor ogen zou krijgen. En kijk al lopend niet alleen maar naar grond, maar kijk ook regelmatig om je heen. Let op de mensen die net als jij onderweg zijn. Sommigen komen je tegemoet, anderen willen je passeren en een enkeling stelt je geduld op de proef en laat je wachten. In alles weerspiegelt zich iets van het leven. Misschien rent er wel een kind rond. Wat doet dát dan weer met je?”
4. Kijk naar buiten
Sint-Janskathedraal, ’s-Hertogenbosch
En als je dan toch alweer aan het opkijken bent, probeer dan nu ook even voorbíj de muren van het kerkgebouw te kijken. Ga even op een plekje in de kerk zitten en kijk door de ramen naar buiten. In de prachtige Sint-Janskathedraal in Den Bosch zou je in dat geval misschien wel een glimp van de bomen rond de Parade kunnen opvangen, of een stukje van de silhouet van de binnenstad. Misschien zou je een stukje lucht zien, soms grijs, soms blauw, soms vol wolken. Of wellicht het heldergroen van bomen in de zomer of het geelbruin van bladeren in de herfst. Ik kan er zelf altijd enorm van genieten hoe zo’n kerkraam van binnen naar buiten bijna een levend schilderij aan de muur is, waarin de buitenwereld op een heel nieuwe manier kader krijgt. En de compositie is vanaf elke plek in de kerk weer een beetje anders – ga maar eens een stukje verzitten. En de kleuren van buiten worden steeds weer op een andere manier gefilterd door het glas. Alsof de hele buitenwereld hier voortdurend in een ander perspectief wordt gevat.
Veel kerkramen bevatten trouwens glas-in-lood, waardoor er nog weer heel andere dingen te ontdekken vallen. In de Sint-Jan vertellen sommige van die ramen verhalen over geloof, heiligen, sacramenten en geschiedenis – al verschillen de leeftijd, stijl en inhoud per raam. Zo brengt elk glas-in-loodraam op zijn eigen wijze een stukje van het verleden tot leven. De Amsterdamse stadsdichter Ellen Deckwitz verwoordde het eerder dit jaar heel treffend in een gedicht dat ze schreef ter gelegenheid van het terugplaatsen van twee gebrandschilderde ramen in de Oude Kerk. “Als je er nuchter naar kijkt, is een raam eigenlijk niet meer / dan een wat groot uitgevallen kattenluik / voor het licht. Zodat het binnen kan sluipen / en ons weer toont waar we lopen, er ruimte ontstaat / om verder inwaarts te gaan, te ontdekken wie we zijn / en waarvoor we staan.” Deze paar regels uit het gedicht zijn volgens mij al helemaal raak. Want inderdaad, in zo’n kerkgebouw worden heel gewone onderdelen van een gebouw – een raam, een deur, een dakvenster – gebruikt om het alledaagse in een ander licht te zetten of op een nieuwe manier te kaderen.
Ik vind die gelaagdheid wel mooi. Als je een bezoek aan een kerk brengt, kijk dan dus niet alleen naar boven, naar beneden en om je heen – maar probeer ook even naar buiten te kijken. Zie hoe de werkelijkheid vanuit de kathedraal opnieuw gekaderd wordt, geniet van de compositie en verwonder je over de gelaagdheid als er óver die buitenwereld dankzij het glas-in-lood een oud verhaal wordt gelegd. De gelaagdheid van het bestaan in één beeld gevangen, is dat niet precies de kracht van deze architectuur?
5. Kijk later nog eens
Lincoln Cathedral, Lincolnshire
Het is tijd om weer terug de stad in te gaan. Vol met indrukken en wellicht ook met nieuw perspectief op de dingen van elke dag. Kom je hier nog een keer terug? Als het even kan zou ik dat vooral doen. Want in een kerkgebouw is geen dag hetzelfde. Neem de proef meteen maar op de som. Loop eens een heel eind de straat uit en kijk dán pas achterom, zodat je het gebouw opnieuw boven de rest van de stad ziet uittorenen. Ziet het er nu niet heel anders uit dan toen je aan kwam lopen? Met alles wat je hebt ontdekt en met het licht dat inmiddels al weer op een andere manier op het gebouw valt.
Iemand die dit mooi beschreef was de Britse schrijver C.K. Chesterton. In een essay uit 1912 (dat je kunt lezen in het boek De kracht van verwondering) vertelt Chesterton hoe hij ooit in de Engelse stad Lincoln getroffen werd door een optische illusie die hem de vreemde grootsheid van de gotische architectuur liet zien. Wat was die illusie? Hij zag de kathedraal achter een rij vrachtwagens staan, en die rij begon op een goed moment te rijden. Met als gevolg dat de schrijver even dacht dat het kerkgebouw aan de wandel ging. En dat had hem nog niet eens verbaasd. Want is het geheim van deze gebouwen niet de dynamiek in hun verschijningsvorm? “De twee enorme torens leken over de vlakte te schrijden als twee benen van een reus wiens lichaam bedekt is met wolken. Ik kon bogen op elkaar horen botsen als zwaarden die elkaar kruisen. De machtige en ontelbare zuilen leken voorbij te zwaaien als de enorme poten van keizerlijke olifanten. Het gegraveerde gebladerte omkranste en wapperde als vaandels die ten strijde trekken. Toen het orgel zijn donder liet horen, kwam de grote klok naar beneden. Terwijl ze passeerden, schreeuwden vanaf alle daken en pinakels de waterspuwers met hun dorstige kelen als trompetten, en vanaf de katheder in het hart van de kathedraal sloeg de adelaar van de ontzagwekkende evangelist met zijn koperen vleugels. Zo zag ik honderdzestig seconden lang de strijdlustige schoonheid van de gotiek. Toen reed de laatste verhuiswagen weg en zag ik alleen nog maar een kerktoren in een rustig Engels stadje, waar de Engelse vogels omheen zweefden.”
Het is steeds weer fascinerend wat er gebeurt als architectuur tot leven komt. Of wat er gebeurt als een kerkgebouw je even een blik in een andere werkelijkheid vergunt. Als je dat eenmaal hebt ontdekt krijg je er nooit meer genoeg van. Met andere woorden: als je nog een keer langskomt, kom gerust nog eens binnen. En nog eens en nog eens. Want hier valt elke dag wel weer iets nieuws te ontdekken.
Meer leren over onze wereld en cultuur – door geschiedenis, kunst en geloof? Abonneer je op De Ongelooflijke Substack en ontvang iedere week nieuwe artikelen in je mail. De artikelen blijven gratis, wel kan je vriend van De Ongelooflijke worden om ons werk te steunen.












“Al dat technisch vernuft dient dus maar één doel: bevrijding, openheid, de vleugels uitslaan, omhoog bewegen, naar de hemel toe. Het is een soort theologie in steen.”
Mooie formulering, maar “één doel” doet de gotiek – en abt Suger – tekort.
Bij Suger draait het niet primair om de mens die omhoog wil, maar om het goddelijke licht dat neerdaalt. Grotere ramen en technische vernuft zijn geen symbolen van ontsnapping, maar middelen om Gods aanwezigheid tastbaar te maken.
De beweging is dus niet alleen verticaal omhoog, maar juist ook van boven naar beneden: het licht dat de ruimte, de liturgie en de gelovige vormt. Eerder theologie van openbaring dan van verheffing.
In die zin is gotiek minder “vleugels uitslaan” en meer: de hemel die zich laat zien, hier.