Wat het laatste schilderij van Rembrandt ons vertelt
De lofzang van Simeon
Rembrandt (1606-1669) verbeeldde de lofzang van Simeon op meerdere momenten in zijn leven. Twee schilderijen springen eruit. Een bombastisch en kleurrijk spektakel dat hij als twintiger maakte en het laatste schilderij waar hij aan werkte voor zijn dood, een heel sober en ingetogen tafereel. Twee keer dezelfde scène, maar met een totaal andere lading. Waarom verschillen deze schilderijen zo sterk? En wat vertellen ze ons deze kerst?
“Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.” Zo looft Simeon God als hij Jezus in zijn armen neemt in de tempel in Jeruzalem. Simeon was een “rechtvaardig en vroom man” en “de heilige Geest rustte op hem”, zo staat in het Bijbelboek Lucas. Aan Simeon was geopenbaard dat hij voordat hij zou sterven de Messias zou zien. Hij was naar de tempel gekomen, door “de geest gedreven”. Op het moment dat Jozef en Maria met Jezus de tempel binnenkomen, weet Simeon genoeg: dit is de verlosser op wie hij zo lang heeft gewacht. En ook weet hij dat hij nu echt afscheid kan nemen van het leven.
Knielen in de tempel
Dit bijzondere en emotionele moment heeft Rembrandt meerdere keren in zijn leven geschilderd, geëtst en getekend. Het lijkt erop dat hij een voorliefde had voor dit verhaal. Hij is nog maar halverwege de twintig als hij in 1631 de bovenstaande indrukwekkende scène schildert. Midden in een monumentale tempel knielen Maria, Jozef en Simeon neer voor een zegenende hogepriester, Jezus ligt in de armen van Simeon. Gevangen in een bundel van licht, heft Simeon zijn hoofd verwachtingsvol omhoog. Het licht dat op hem schijnt, symboliseert mogelijk de goddelijke openbaring. Jezus, omringd door een aureool, straalt. Alsof Rembrandt wilde laten zien: hij is het licht van de wereld.
De tempel heeft iets weg van een gotische kerk. Het is denkbaar dat Rembrandt zich heeft laten inspireren door de Hooglandse kerk of de Pieterskerk in Leiden, hij woonde daar tot 1631. Als je goed kijkt zie je dat Jozef de twee duiven voor het offer in zijn hand houdt en hoe op de achtergrond een Schriftgeleerde de trap afdaalt, met een opengeslagen boek. Bovenaan de trap zetelt de hogepriester, de menigte nadert hem knielend.
“Een lichtstraal haalt de groep uit het halfdonker naar voren. Toch neemt nauwelijks iemand uit de grote menigte in de tempel de groep rond het Christuskind waar”, schrijft kunsthistoricus Ernst van de Wetering in Rembrandt, zoektocht van een genie. Mogelijk liet Rembrandt zich voor dit schilderij inspireren door een exegese van Maarten Luther (1483-1546), suggereert Van de Wetering. Luther beschrijft in een preek de scène in de tempel als volgt: “Simeon bracht een wonderschone rede en preek ten gehore van Christus, dat hij een Heiland is, licht en roem van de hele wereld. Maar hoe mooi en troostrijk de rede ook, er waren daar slechts enkelen die hem geloofden, ja ze hebben het afgedaan als dwaze praat, liepen en bleven staan in de tempel, de een bad, de ander deed iets anders, sloegen geen acht op deze woorden.” Dit komt overeen met hoe Rembrandt de tempelbezoekers neerzet. Een paar mensen kijken vragend achterom, maar de meesten hebben geen idee van wat zich achter hen afspeelt.
Schilderen met licht
Rembrandt wordt ‘de schilder van licht’ genoemd. En dit schilderij laat heel duidelijk zien waaraan hij deze bijnaam verdient. Het licht dat op Simeon en Jezus schijnt en ook weer terugkaatst, lijkt levensecht. Dit effect bereikte Rembrandt door “het licht te bundelen en door het ‘diminuendo’ [de geleidelijke afname, red.] van de lichtsterkte in verhouding tot de afstand tot de lichtbron te overdrijven”, schrijft Van de Wetering. Hiermee creëerde Rembrandt een ‘spotlighteffect’. Hij gebruikte net als Caravaggio (1571-1610), zijn bekende Italiaanse inspirator, grote schaduwpartijen om de lichtwerking zo overtuigend mogelijk te maken, aldus Van de Wetering. Dat is duidelijk zichtbaar bij De lofzang van Simeon, het grootste gedeelte van het schilderij is donker en schaduwrijk.
Kunsthistoricus Volker Manuth noemt licht zelfs “het hoofdthema” van het schilderij. Met het licht schiep Rembrandt “spanning en dramatiek”. Hij moest zijn meesterwerk De Nachtwacht (1642) nog schilderen, maar met dit schilderij toont Rembrandt volgens Manuth de som van zijn artistieke vaardigheden op dat moment. Hij schrijft: “Door middel van het licht verbeeldt Rembrandt Simeon die het Christuskind in zijn armen verheerlijkt als een sleutelmoment in het christelijk geloof.”
Een gebroken man
Rembrandt bleef Simeon door zijn leven heen afbeelden, zelfs tot aan zijn dood. Het laatste schilderij waar Rembrandt aan werkte is zeer waarschijnlijk een Simeon. Een paar maanden na zijn dood in 1669 wordt het gevonden in zijn atelier, onvoltooid. In tegenstelling tot het bombastische tafereel uit 1631 is dit een heel ingetogen en sober schilderij. Dit keer geen stralend licht, maar een zachte gloed die Simeon en Jezus lijkt te verwarmen.
Op het schilderij zien we een oude breekbare Simeon met Jezus in zijn armen, alle bijfiguren zijn verdwenen. Achter hem staat nog wel, deels verscholen in het donker, Maria. Dit had Rembrandt niet zo bedacht, een andere schilder heeft haar later toegevoegd. Kunsthistoricus Rudi Fuchs schrijft over dit schilderij in Rembrandt spreekt: “De grijsaard wilde hij schilderen en zich voorstellen, niet zoals vroeger in de sacrale ruimte van de tempel, maar als een ernstig mens wiens diepste verlangen vervuld is, en die zich, met een baby in zijn armen, overgeeft aan de dood.” Rembrandt heeft Simeon afgebeeld met gesloten ogen, het ene oog iets dichter dan het andere. En in plaats van het uit te zingen, prevelt Simeon zijn lofzang met een licht geopende mond: “Dit is een oude man met innerlijke visioenen.”
Ook de kleuren zijn veel minder uitbundig dan in de versie uit 1631, de hoofdtonen zijn bruinig rood en gelig wit. Volgens Fuchs wilde Rembrandt hiermee de stemming van de scène opdrijven en onontkoombaar maken: “Kon het nog stiller? In Simeon ging hij verder dan hij ooit gegaan was.” Daarnaast valt nog iets op: in de tempelscene van 1631 hield Simeon Jezus nog dicht tegen zich aan, nu houden de handen van Simeon “het kind niet echt vast”, schrijft Fuchs. Deze observatie deelt kunsthistoricus Gregor J. M. Weber in Late Rembrandt: “Hij strekt zijn handen stijf voor zich uit. Het lijkt alsof hij het kindje niet durft aan te raken, of dat hij op het punt staat zijn handen samen te brengen om te gaan bidden.” Was het wonder van de geboorte van Jezus nog groter geworden voor Rembrandt?
Een geloofsgetuigenis?
De keuze om Simeon te schilderen kunnen we volgens Weber niet zien als een laatste geloofsbelijdenis van Rembrandt, omdat dit schilderij in opdracht werd gemaakt. Maar de manier waarop hij Simeon afbeeldde is wel veelzeggend. Waar tijdgenoten Simeon schilderden met een open blik naar de hemel, was Rembrandt de enige die Simeon een schuchtere houding en naar binnen gerichte blik gaf: “Het is zijn innerlijke visie die hem de woorden van lof laat uitspreken. Hij weet dat de Messias is gekomen en nu kan hij in de woorden van de Bijbel ‘gaan in vrede’.”
In het schilderij kunnen we iets van de geestesgesteldheid van Rembrandt herkennen. Hij was, net als Simeon, een oudere man en getekend door het leven. Hij was zijn fortuin kwijt en had twee vrouwen en heel veel kinderen moeten begraven. Het lukte Rembrandt niet om het schilderij voor zijn dood te voltooien, hij heeft er waarschijnlijk zeven of acht jaar aan gewerkt en nog was het niet af. Fuchs begrijpt wel waarom: “Wat hij ook deed, hij had de grens van zijn schilderkunst bereikt. Verder ging niet. Toch is het voltooid, dacht hij.” Want: “Hoe schilder je niet zozeer een oude man die iets wonderbaarlijks meemaakt, maar hoe schilder je het wonderbaarlijke zelf?”
Rembrandt heeft een poging gedaan om iets van het ongelooflijke van Kerst af te beelden. Hij koos warmte boven de schijnwerper, het individu boven de massa en soberheid boven pracht en praal. Door Simeons intieme moment met het kind centraal te zetten, nodigt Rembrandt ons uit om stil te staan bij de vrede die in Jezus te vinden is. En daarmee herinnert hij ons eraan dat kerst ten diepste niet gaat om de stralende buitenkant van feest, familie en gezelligheid, maar om het stille, innerlijke besef dat hoop werkelijkheid is geworden.
Literatuurverwijzing:
Bikker, J. (2014). Late Rembrandt
Fuchs, R. (2006). Rembrandt spreekt
Manuth, V. (2024). History painting. In Rembrandt Hoogstraten colour and illusion
Wetering, E. (2009). Rembrandt in nieuw licht
Wetering, E. (2006). Zoektocht van een genie
Luistertips voor de Kerstdagen:
Johann Sebastian Bach, Ich habe genug (BWV 82)
How to throw a Christmas party, Simeon
The Porter’s Gate, Simeon’s Song
Meer leren over onze wereld en cultuur – door geschiedenis, kunst en geloof? Abonneer je op De Ongelooflijke Substack en ontvang iedere week nieuwe artikelen in je mail. De artikelen blijven gratis, wel kan je vriend van De Ongelooflijke worden om ons werk te steunen.








Fijn dat ik over een voor nij onbekende wereld nu iets te weten kom. Bedankt
Interessant en een mooie boodschap.