Wat als beter worden ons zieker maakt?
Een maatschappelijke analyse van een therapieverslaafde maar kritische millennial
Religiewetenschapper Katie Vlaardingerbroek is een tikkeltje therapieverslaafd. Al jaren is ze hulpzoeker binnen de specialistische ggz en daarbuiten. Onder steeds meer mensen in haar omgeving is er een overtuiging dat therapie de weg is naar een betere en meer gelijkwaardige maatschappij. Maar Vlaardingerbroek is daar niet helemaal van overtuigd. Want de cijfers liegen niet: therapie leidt niet tot minder, maar juist tot meer therapie.
Let op, dit artikel bevat passages over seksueel misbruik, zelfbeschadiging en zelfmoord.
Welkom in therapieland
Niemand weet hoe het gebeurde. Wanneer het precies was dat de eerste achtbaan opgezet werd. Het ging zo geleidelijk. Maar nu weet je niet meer waar je kijken moet. De felgekleurde lampen, kraampjes, verkopers en attracties vechten om je aandacht.
Mensen staan in groepjes stil voor de flitsende lichtjes. Hun ogen schieten mee van links naar rechts en ze huilen. “Komt dat zien, komt dat zien! Sarina vertelt u hoe zij vanuit haar burn-out door manifestatie haar droombaan, droomman én droomvilla heeft gevonden!”, klinkt het uit een van de luidsprekers. Verderop roept iemand: “Vitaminesupplementen ter bevordering van slaap en rust, teunisbloemolie en instantkoffie met kalmerende natuurextracten hier te koop!” “En adem uit…”, fluistert een vrouwenstem door een megafoon. “Je staat op een strand. Het is hier helemaal stil. Langzaam voel je je lijf ontspannen.”
Door de straten kronkelt een onafzienbare rij, die zich kilometers ver uitstrekt en eindigt bij de poort van een achtbanenpark. Dicht op elkaar gedrukt schuifelen eenzame mensen in de rij naar voren, zonder zicht op de anderen om hen heen. Hun blik is strak gericht op de achtbanen en de bordjes die af en toe voorbij komen: Wachttijd vanaf dit punt: vier maanden. Vanachter de poort zwaaien glimlachende psychologen naar de wachtenden. Boven hen, in grote lumineuze letters, staat: Welkom bij de ggz. Het licht weerspiegelt in de lege ogen van de mensen die in de rij staan voor de controles. Eenmaal daar aangekomen laten mensen hun besneden armen, kwetsbaarheden en hoop zien. Deze worden nauwkeurig naast een lange lijst gelegd en gemeten, met gepaste balans tussen betrokkenheid en afstand. Wanneer mensen niet door de keuring komen, worden ze vriendelijk maar definitief weggestuurd: “Gaat u maar weer achteraan staan”, zeggen de psychologen die net nog zo begripvol leken. “Misschien hebt u bij een collega van mij meer geluk. Ik vind het echt heel vervelend.”
Groepjes verslagen mensen trekken traag weg, op zoek naar het einde van de rij. Af en toe stort er iemand halverwege in en wordt door de groep langzaam tot vergetelheid vertrapt. Van dichterbij hoor je de houten achtbanen van de ggz kreunen en kraken. Werkmannetjes van de overheid plaatsen steunbalken onder de oude, wiebelende constructies. Ze rapen de gewonden die uit de wagentjes en door de gapende gaten heen zijn gevallen op en plaatsen hen weer netjes achter in de rij. De mensen die binnen zijn gekomen en de spannende rollercoaster overleefd hebben, vertrekken met nieuw zelfvertrouwen, nieuwe moed en magische pilletjes. Allemaal vergoed door papa overheid en hun restitutiepolis. De entreeprijs voor alle gratis hulp is een levenslang identiteitskenmerk dat als tatoeage op de borstkas van de mensen te lezen is.
De hoogopgeleiden krijgen met hun tatoeage een certificaat ‘ervaringsdeskundigheid’ mee en beginnen een podcast. Voor de andere mensen vormt het identiteitskenmerk een extra achterstand in het leven, die ze proberen te verbergen. “Tja, maar dát soort mensen is ook gewoon wat labieler aangelegd. En van labiel zijn word je arm. Sneu hoor”, fluisteren de rijke mensen tegen elkaar. “Wat fijn dat de overheid die arme mensen ondersteunt. Moeten ze wel dankbaar voor zijn. En geen misbruik van maken…”
Regelmatig stappen er een paar mensen met de gezonde blos van rijkdom op hun wangen zonder achterom te kijken uit de rij voor de ggz. Ze worden warm verwelkomd in een kleurrijke wereld vol mogelijkheden. Er zijn mensen die paarden knuffelen, truffels eten, met borden smijten, mediteren, de natuurlijke impuls van hun lichaam herontdekken en kermend over de grond rollen of extatisch dansen. Overal staan bontgekleurde tentjes, pipowagens en banken. De zakdoekjes en verse muntthee staan klaar. Doen, Durf, Voelkracht, Stroomzacht, Praktijk Mens Centraal staat er op de zelfgeverfde borden. In kleine letters: “€ 90 tot € 150 per 45 minuten. WELKOM!”
Deze kleurrijke wereld is overwegend wit. Op deze plekken voeren hoogopgeleide stellen hun wekelijkse ruzie. Middelbare mannen leren huilen. Vijftigjarige vrouwen roepen boos: “Ik kies voor MEZELF! Dit is MIJN GRENS!” Jonge kerels staan in de rij voor de schandpalen, waar ze betalen om door rijke macho-mannen bekogeld te worden met advies over succes en man-zijn. Meiden trekken hun portemonnee om maar niet aangeraakt te hoeven worden. Ze hopen met energetische healing de herinneringen aan die verkrachting eindelijk te kunnen loslaten. Er wordt overal veel bevestigend geknikt, geapplaudisseerd en vooral betaald.
Bij het Spiegelhuis stappen mensen die eerst op de sofa zaten enthousiast naar binnen om goed te leren spiegelen en reflecteren. Ze bestuderen hun spiegelbeeld aandachtig in uitvergrote en langgerekte vormen en lopen naar buiten als kersverse hulpverleners, klaar om hun eigen hoekbank ergens neer te zetten. Zo is daar Linda, die haar baan als secretaresse opgaf om holistisch masseur te worden: “Mensen zeiden altijd tegen me… Ze zeiden: Linda, jij voélt mij gewoon zo goed aan. En toen had een collega ooit spierpijn van de BodyPump en dus ging ik ff masseren en daar gebeurde wat, joh. Janken, wij allebei. Toen wist ik: dit is wat ik de wereld te bieden heb.”
Vanuit de verloren kerkgebouwen, moskeeën en synagogen staan de religieuze mensen verdwaasd te kijken naar wat hen aan het opslokken is. Ook op de scholen zitten steeds meer kinderen met identiteitsmerken te stuiteren of hoogbegaafd te wezen.
Peuters leren mediteren op de iPad en kleuters doen yoga. “Pietje moet nog wat leren reguleren, maar we spelen klassieke muziek voor hem terwijl we samen ademhalingsoefeningen doen. Dat doet hij zó goed”, lacht de bakfietsmoeder, terwijl Pietje de overspannen juf aan het huilen maakt. De personen die zichzelf als nuchter omschrijven, lopen met stevige pas door al het zweverige gedoe heen. Ondertussen luisteren ze naar een podcast over doorzettingsvermogen of lezen ze een van de honderden zelfhulpboeken die overal in torens staan.
Snel schieten ze de kantoorgebouwen in die tussen de attracties, kraampjes en hoekbanken oprijzen. Maar ook op werk komt de HR-medewerker binnen met glitters en pauwveren en begint een verhaal over vitaliteit en veerkracht. De koorddansers komen langs om kunstjes te laten zien rondom werk-privébalans en duurzame inzetbaarheid. Management gaat standaard naar een coach, die voor de gelegenheid een blazertje draagt en zinnen uitkraamt als: “Wat in jullie organisatie gebeurt, is systemisch.”
Ondertussen is de nacht opgeslokt door alle lichtjes en de duizenden schermen en reclameborden. Alle denkbare producten, van agenda’s tot deo, worden verkocht met gratis levensadvies. De wegwerpkoffiebekers komen met levenswijsheden, de theezakjes met levensvragen.
“Gewoon tegen problemen aanlopen in het leven is taboe geworden.
Er moet wel een psychische stoornis of een trauma onder liggen.”
“Find joy in the little things”, vertelt de shampoo je. “Because you are worth it”, deelt het afslankproduct je mee. “50% van de ouders wil een diepere emotionele verbinding met hun kind”, luidt de babypoederreclame. Vanaf de schermen delen influencers over hun mental health journey, ze verkopen overhypete troep en delen gratis AD(H)D- en autismediagnoses uit. “Neurodivergentie is the new black”, verkondigen twintigjarige biseksuele vrouwen die van katten houden en tarotkaarten trekken, maar dan wel die mooie dure met minimalistische illustraties en gouden blokletters. Hilarische TikToks over depressie, automutilatie, eetstoornissen en suïcide weten door algoritmes al snel de pubers te vinden die, vanwege hun hormonen, het allemaal niet zo goed weten. “Blijkbaar ga je dan, als je cool bent, kotsen en snijden”, concluderen ze. Terwijl ze vertwijfeld een vinger in hun keel steken, worden ze aangestaard door het hartvormige bordje met de tekst: This home runs on love & laughter.
Vuile was wappert vrolijk in de wind, samen met de Tibetaanse meditatievlaggetjes. Tachtigjarigen staren er geschokt en met verbazing naar. Gewoon tegen problemen aanlopen in het leven is taboe geworden. Er moet wel een psychische stoornis of een trauma onder liggen. Voor het Spookhuis staan mensen daarom enthousiast te wachten totdat zij hun intergenerationele horrorshow mogen ontdekken. “Jij krijgt een trauma, en jij krijgt een trauma, en jij krijgt een trauma!”, buldert de kaartjesverkoper. De zware last wordt met dankbaarheid aangenomen. “Ik wist het wel”, verzuchten mensen tegen elkaar. “Ik heb niet gefaald in het leven. Ik ben gewoon de patroondoorbreker van mijn familielijn.” In alle drukte hoort niemand de doffe dreunen van de vijf mensen die in een rij voor het uitkijkplateau stonden te wachten, en er vervolgens een voor een af sprongen – dag in, dag uit. Het treintje eronder heeft soms vertraging, omdat er een lijk opgeruimd moet worden. Mensen zuchten dan even, maar zijn het alweer vergeten wanneer het treintje optrekt. De getraumatiseerde conducteur kan meteen achteraan aansluiten in de lange rij voor de ggz. Het volgende reclamebord – “Love yourself, live your life, seek adventure. The new Citroen 2040” – flitst alweer voorbij.
Welkom in Therapieland.
Therapieverslaafd
Net als een groeiende groep mensen in Nederland ben ik een tikkeltje therapieverslaafd. Het begint met mijn ochtendroutine, waarbij ik tegen betaling op een app in- en uitadem. Daarna volgt een snelle meditatie op dezelfde app en een korte yogasessie die ik idealiter huilend afsluit om zo de spanning die zich in mijn schouderbladen heeft vastgezet te releasen. Werk bestaat deels uit werken en deels uit praten met andere collega’s over werk: de patronen, het systeem, communicatiestijlen en de onuitgesproken dynamieken. De rest van de tijd besteed ik aan reflecteren op de manier waarop ik werk en zou willen werken en wat dit zegt over mijn relationele blueprint, trauma-responses en groeimogelijkheden. Dit bespreek ik uiteraard ook met een coach, die mij helpt op mijn zoektocht naar mijn authentieke kern en potentie. In mijn vrije tijd wandel ik graag (terwijl ik mediteer of reflecteer), lees ik graag (over hoe ik omga met idiote mensen, de edele kunst van geen f *ck geven of de kracht van kwetsbaarheid) en praat ik graag met vrienden (over hechtingspatronen, familiesystemen en onze diepste emoties). Ik kan ook gewoon genieten hoor, bijvoorbeeld van dansen of wanneer ik klus en alles onder de verf komt te zitten. Maar zelfs dan is er meestal wel een moment waarop mijn ‘therapeutische Ikke’ van een afstandje denkt: wat goed van ons, dit belichaamd in het moment zijn. Wat helend en patroon-doorbrekend. Lekker vrije-kindenergie. Hmmm…
De particuliere markt
Therapie is steeds meer een lifestyle geworden, maar blijft ook een noodzaak. Psychisch lijden is écht en zwaar. Helaas wankelt het systeem dat dan hulp zou moeten bieden ook aan alle kanten. Ik begon zelf op mijn vijftiende in de basis-ggz, heb vervolgens jaren op en af particuliere therapie gehad en begon in 2019 aan een lange zoektocht binnen de ggz. Dit proces ging aan alle kanten mis. Van huisartsen die zouden doorverwijzen maar uit dienst gingen zonder dit over te dragen tot een algemene aannamestop en lange wachttijden, maandenlang wachten op specialistische ggz, een te goede ROM-score waardoor ik meteen weer teruggestuurd werd naar de basis-ggz die me juist naar de specialistische ggz had verwezen, behandeling die haast niet kon beginnen omdat de psychologenpraktijk het budget vanuit mijn zorgverzekering al had opgemaakt (lang leve restitutiepolissen, die nu officieel niet meer bestaan…), toezeggingen voor trauma-opname die op het laatst ingetrokken werden, psychologen die uitvielen vanwege overspannenheid – en ga zo maar door.
Steeds weer moest ik in al mijn angst en kwetsbaarheid mijn verhaal, over vroegkinderlijk misbruik, vertellen voor een intake – waarbij elke nieuwe vervelende ervaring de drempel verhoogde. Hierdoor ben ik me, net als vele andere hulpzoekers, zelf gaan oriënteren op de particuliere markt en gaan inlezen in alles wat er voorhanden is. Zo heb ik de afgelopen tien jaar ook verschillende alternatieve therapievormen geprobeerd, van opstellingen tot energetisch lichaamswerk. Sommige dingen hielpen, andere totaal niet. Maar alles was fascinerend. Wat zijn we eigenlijk aan het doen met elkaar? En wat zijn de gevolgen hiervan?
Therapie richt zich op het individu, maar speelt tegelijkertijd ook steeds meer een maatschappelijke rol. Onder steeds meer mensen in mijn omgeving is er een overtuiging dat therapie de weg is naar een betere en meer gelijkwaardige maatschappij. Ik kan deze overtuiging ook niet helemaal van me af schudden en tegelijkertijd vind ik het belangrijk om er kritisch naar te kijken.
Mijn achtergrond als religiewetenschapper en mijn eigen levenservaring hebben me namelijk geleerd dat alles wat belooft het leven beter te maken, ook een schaduwkant heeft. Inzicht in wat er achter de glans van een belofte schuilgaat en wat de (onbedoelde) gevolgen zijn wanneer we vanuit die belofte ons leven vormgeven, stelt ons in staat beter geïnformeerde keuzes te maken.
Therapie leidt niet tot minder, maar tot meer therapie
Therapie is heel intiem, maar tegelijkertijd politiek en economisch. Er spelen economische onderstromen mee in hoe therapie eruitziet, wie ‘psychisch ziek’ is en wat we met elkaar normaal vinden. Marktdenken is binnen therapie belangrijker geworden dan medisch denken.
Medisch gezien wil je een remedie die zichzelf zo snel mogelijk overbodig maakt. Alleen binnen marktdenken is een groeiende economie aan therapieën een teken van ‘succes’. Daarbij zijn ‘beter worden’ van klachten en beter worden in het algemeen door elkaar heen gaan lopen. De Nederlandse therapiecultuur bestaat uit de institutionele hulpverlening, maar ook de welzijnsmarkt en moderne spiritualiteit.
Allerlei producten beloven ons een moment van zelfzorg of reflectie te kunnen bieden waardoor we authentieker vanuit ons gevoel gaan leven en ons beter gaan voelen. Naast deze particuliere markt hebben we wereldwijd het beste ggz-systeem, maar tegelijkertijd neemt het aantal mensen met psychische klachten alleen maar toe. Therapie leidt niet tot minder, maar tot meer therapie. Hoe kan dit? Wat zegt het over de Nederlandse cultuur dat therapie juist in ons land zo floreert?
We hebben een van de beste geestelijke gezondheidssystemen in de wereld en tegelijkertijd lijkt juist dat systeem voor hulpvragers én hulpverleners meer (psychische) problemen te veroorzaken. We behoren tot de welvarendste en gelukkigste landen in de wereld en worden met elkaar toch steeds angstiger en somberder. Therapie floreert en er komen steeds meer vormen en producten op de markt, terwijl we daardoor alleen maar meer therapie nodig lijken te hebben. Hoe kan dit en wat heeft dit ons te vertellen over de manier waarop we naar therapie kijken?
Onze huidige therapiecultuur leert ons impliciet dat we enkel invloed hebben op onze beleving van de werkelijkheid en niet op de sociale en politieke werkelijkheid zelf, terwijl mogelijk juist daar – in de sociale, politieke en economische domeinen – de oorzaak van psychische problemen en de oplossingen ervoor gevonden kunnen worden. Psychisch lijden is namelijk bijna altijd een reactie op omstandigheden in de wereld om ons heen. Alleen staan we machteloos tegenover lijden, maar als collectief dragen we veranderkracht. Dit collectief-zijn ontleren we, ook juist in hoe we nu bezig zijn met therapie.
Ik heb mogen ervaren dat therapie kan helpen in het leren leven met de blijvende schade van traumatische gebeurtenissen. Therapie is niet enkel slecht. Verre van, maar het is ook niet onschuldig of apolitiek en zeker niet alleen maar goed voor ons. We hebben te lang vooral in ons eigen gevoelsleven en verleden lopen wroeten. Het is tijd om onze blik weer naar buiten te keren.
Katie Vlaardingerbroek is religiewetenschapper en de schrijfster van ‘Nederland Therapieland’. Dit artikel is samengesteld uit het voorwoord en (delen van) de inleiding uit dit boek. Vlaardingerbroek is komende week te gast in De Ongelooflijke Podcast, waar we met haar verder praten over dit onderwerp. De aflevering is vanaf 7 december te beluisteren via alle podcastplatforms en te bekijken op YouTube.
Vlaardingerbroek heeft ook een eigen podcast: ‘Nederland Therapieland, de podcast’ waarin zij in gesprek gaat met gasten als Dirk de Wachter, Jim van Os, Israel van Dorsten, Fleur Overgaag en Indra Boedjarath.
Meer leren over onze wereld en cultuur – door geschiedenis, kunst en geloof? Abonneer je op De Ongelooflijke Substack en ontvang iedere week nieuwe artikelen in je mail. De artikelen blijven gratis, wel kan je vriend van De Ongelooflijke worden om ons werk te steunen.






Wat ontzettend raak en grappig beschreven deze metafoor van Therapieland. De analyse aan het eind is uiteraard beperkt, maar maakt nieuwsgierig naar meer.
Ik denk dat dit vraagstuk om heel zorgvuldig onderscheid vraagt. Onderscheid tussen zware en lichtere psychische problematiek. Tussen therapie die je tot zelfredzaamheid brengt en/of echt tot de kern, of die blijft hangen in ervaringen en om de hete brij heen draaien. Er zijn in dit alles zoveel essentiële gradaties.
Ik ben heel benieuwd naar de Podcast.
Dezelfde vragen kun je overigens stellen op het vlak van (online) relatie-(zelf)hulp- en- therapie. Daar is ook ooooooontzettend veel gaande, met heeeeeel veel impact op ons (liefdes)leven. Dát vind ik ook echt een onderwerp voor de Ongelofelijke, en ik ben benieuwd met welke spreker jullie op de proppen zouden komen.
Super artikel en dito illustraties zegt deze ervaringsdeskundige- nog zonder podcast ;). Kijk uit naar de aflevering!