De Oost-Duitse samenleving is door en door seculier. Zo seculier zelfs dat onderzoekers van een internationaal onderzoek uit 2012 geen enkele jongere onder de 28 konden vinden die in God geloofde. Hoe kan dit? Hoe groeit een hele generatie op zonder ook maar enige band met religie? Volgens historicus Beatrice de Graaf ligt de verklaring in veertig jaar communisme. Het DDR-regime wist de kerk heel slim in te kapselen en te vervangen door seculiere rituelen. En dat werkt tot op de dag van vandaag door. Volgens De Graaf kent Oost-Duitsland hierdoor “een enorm geseculariseerde, op comfort en materialisme gerichte samenleving”, wat volgens haar ook een voedingsbodem vormt voor het huidige succes van de AfD.
“Het is zo gek om te werken op een plek waar allemaal kerken staan, maar waar elke vorm van religie gewoon volledig is weggevaagd.” Voor de Nederlandse kerkpionier Gerrit van Dijk was het even wennen toen hij zich samen met zijn familie in een buitenwijk van de Oost-Duitse havenstad Rostock vestigde. Het is een van de befaamde Oost-Duitse Plattenbau-wijken: talloze rijen van betonnen, grauwe flats, opgestapeld naast elkaar.
In het begin probeert Gerrit allerlei creatieve manieren om met mensen in gesprek te komen, maar zelfs als hij een kaars aansteekt wordt hij al met scheve ogen aangekeken. “Mensen zeggen echt: waarom steek jij een kaars aan? Ze groeien hier op zonder enige connotatie van religie. Het is gewoon geen thema. Het is niet iets waar je over nadenkt. Ik kan er eigenlijk net zo moeilijk met mensen over in gesprek komen als jij met mij over het hindoeïsme – ze hebben er echt gewoon nog nooit over nagedacht.”
Gerrit en zijn vrouw Jorine zijn al sinds 2015 in Rostock actief, en zijn zo langzamerhand ook vaste gezichten geworden in de wijk. Door het straatwerk en hun ‘woonkamer voor de wijk’ dat ze hebben opgezet, weten veel mensen hen te vinden met hulpvragen. Toch ziet Gerrit nog wel enig argwaan, en dan voornamelijk onder de 65+’ers: “De oudere generatie is echt gevormd door de DDR-ideologie. Christenen stonden bekend als onderontwikkeld. Ze worden gezien als zielige figuren, die ergens in het hele evolutionaire proces zijn blijven hangen, en daarom een God en geloof nodig hadden. Dat zit heel diep in de oudere generaties. Daarom krijgen we ook nauwelijks contact met die doelgroep, er is nul openheid voor iets wat uit een christelijke hoek komt.”
Het Oost-Duitse atheïsme
De ervaringen van Gerrit en zijn vrouw staan niet op zichzelf. Ze weerspiegelen een breder patroon dat heel Oost-Duitsland kenmerkt. Terwijl religie elders in de wereld juist terrein wint, speelt geloof hier nauwelijks nog een rol. Dat blijkt ook uit een omvangrijk internationaal onderzoek naar religieuze overtuigingen, uitgevoerd door de Universiteit van Chicago in 2012, waarin Oost-Duitsland op de eerste plaats van de wereldwijde atheïsmelijst stond. Bijna 60 procent van de ondervraagde Oost-Duitsers gaf aan nog nooit in God te hebben geloofd. Volgens The Guardian konden de onderzoekers destijds zelfs niemand onder de 28 jaar vinden die wél in God geloofde.
En dat maakt Oost-Duitsland heel uniek, ziet ook historicus Beatrice de Graaf. Zij promoveerde in 2004 op haar proefschrift: Over de Muur. De DDR, de Nederlandse kerken en de vredesbeweging, waarin ze ondermeer onderzocht wat het betekende dat de communistische regering van de DDR secularisatiecampagnes startte om de religie uit de samenleving weg te vagen, en hoe de kerken en christenen daar mee om gingen. Die campagnes bleken uiterst succesvol. In bijna een halve eeuw communisme daalde het kerklidmaatschap van meer dan 80 procent naar 30 procent.
Toch was dit geen makkelijke opdracht. In de periode na de Tweede Wereldoorlog kwamen de machthebbers van de Sovjet-bezettingszone, de latere DDR, voor een opgave te staan: vanuit Moskou kregen ze de opdracht om het marxistisch-leninistische atheïsme als staatsideologie in Oost-Duitsland door te voeren. Maar hoe seculariseer je een regio waar meer dan driekwart van de bevolking lid is van een kerk? Als het hartland van de Reformatie was de Oost-Duitse samenleving doordrenkt van christelijke rituelen. Een volkskerk van dat formaat kon zelfs Stalin niet zomaar wegvagen, aldus De Graaf: “Je kunt niet met zo'n klein staatsapparaat, met minimale draagkracht, 80 procent van de mensen opsluiten.”
Er moest dus worden nagedacht over een nieuw plan. In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog koos het communistische regime van de DDR nog voor het offensief: kerken en christenen werden actief buitengesloten. Tijdens de zogenoemde Kirchenkampf kregen kinderen die actief waren in kerkelijke jeugdgroepen of zondagsscholen geen toegang meer tot studie of carrière.
Na de bouw van de Muur in 1961 sloeg het regime van Walter Ulbricht een iets andere toon aan. Nu mensen niet zomaar naar het Westen konden vertrekken, besloot het regime om de repressie tegen de kerk en religie te matigen. Ze beseften dat het socialisme ook voor de eigen bevolking leefbaar moest zijn.
In plaats daarvan koos men ervoor de kerk op te nemen binnen de structuren van de staat. In 1969 werd een zelfstandige Oost-Duitse kerk opgericht die nauw samenwerkte met de DDR-regering: de Bund der Evangelischen Kirchen in der DDR (BEK). Daarnaast richtte de Stasi een speciale afdeling op, Hauptabteilung XX/4, die zich specifiek bezighield met het infiltreren en controleren van kerkelijke structuren. De nieuw geïncorporeerde volkskerk kreeg daardoor wel enige ruimte om te functioneren, maar bleef voortdurend onder toezicht van de staat.

“Wat toen begon was een interessant experiment: want wat gebeurt er als de staat de kerk inlijft en uitholt?”, aldus De Graaf. “De kerk werd niet frontaal aangevallen, maar geleidelijk en slim buitenspel gezet. Kerkelijke rituelen en feestdagen werden vervangen door een heel scala aan seculiere rituelen die de kerkelijke tegenhangers moesten verdringen. Zo ontstond een seculiere staat waarin de kerk stap voor stap werd gemarginaliseerd.”
En dát is, volgens De Graaf, de meest succesvolle secularisatiestrategie geweest: de staat die de volkskerk liet verdwijnen. Dat verklaart ook waarom Oost-Duitsland zich fundamenteel anders ontwikkelde dan andere voormalige Oostbloklanden, waar religie na de val van de Muur wel terugkeerde.
Met het verdwijnen van de volkskerk verdween ook de traditie van het generatie op generatie doorgeven van religieuze gewoonten, taal en rituelen. En dat bleek funest, zo zegt ze: “Zodra je de volkskerk uit een samenleving weghaalt, met al die mensen die in meer of mindere mate toegewijd zijn aan het geloof, verdwijnt ook de basis waarop generaties dit aan elkaar doorgeven. Zodra een volkskerk verdwenen is, blijkt ze niet vanzelf terug te keren wanneer de vrijheid om te geloven terugkeert: er is dan geen generatie meer die het stokje kan overnemen.”
Jugendweihe
Een van de meest succesvolle zetten was het introduceren van een seculier initiatieritueel. Deze Jugendweihe, wat vertaald kan worden als ‘jeugdwijding’, wordt tot op de dag van vandaag nog steeds door een groot deel van de Oost-Duitse bevolking gevierd. Het is een ceremonie die gehouden wordt wanneer een kind vijftien jaar wordt, compleet met cadeautjes, felicitaties en liedjes die gezongen worden. Volgens De Graaf werd dit ritueel ontwikkeld als de tegenhanger van de eerste communie: “De communisten wisten ook dat ze rituelen nodig hadden om belangrijke levensmomenten te vieren. Net als de eerste communie is dit een feest om de volwassenwording te vieren, maar dan met socialistisch jargon in plaats van de taal van de kerk.”
Dit ritueel bleek heel succesvol in het verdringen van de christelijke rituelen. Aan het einde van de jaren ‘80 vierde negentig procent van de jongeren hun Jugendweihe. Volgens De Graaf is deze ceremonie nog steeds immens populair in Oost-Duitsland: “Ik hoor er vaak verhalen over van Duitse collega’s. De kinderen krijgen dan cadeautjes, en mogen hun eerste glazen alcohol drinken, terwijl de volwassenen straalbezopen worden.” Ook in de wijk van Gerrit van Dijk in Rostock doet vrijwel iedereen aan de Jugendweihe. “Het is een belangrijk ritueel. In de DDR-tijd was het echt een geloofsbelijdenis aan het socialisme. Nu is het vooral een familiefeest geworden: opa, oma, tante, lekker eten, en op een gegeven moment mag de vijftienjarige een paar biertjes drinken.” In hun omgeving bestaan nog speciale zalen uit DDR-tijd waar zulke rituelen van oudsher plaatsvonden. Tegenwoordig verhuren Gerrit en zijn vrouw ook hun ruimtes aan mensen in de buurt die een Jugendweihe willen organiseren.
Tribalisme
In de huidige Oost-Duitse samenleving, die gevormd is door vier decennia communisme, zijn de gevolgen duidelijk zichtbaar, zo ziet De Graaf. “Wat je in Oost-Duitsland ziet, is dat de mentaliteit van de DDR is blijven hangen: een pragmatisch, op zekerheid gericht consumentisme, een soort tribalisme waarbij je vooral gericht bent op je eigen dorp of buurt, en een diep wantrouwen tegen de staat. Dat zit er nog steeds stevig in. En zodra er dan een nieuwe ideologie komt die daar handig op weet in te spelen, zoals het rechtspopulisme of rechtsextremisme nu doet, dan slaat dat blijkbaar goed aan. Dat verklaart ook de opkomst van de AfD.”
Het zijn juist de kleinere maatschappelijke verbanden – de verenigingen, buurtnetwerken en informele gemeenschappen die normaal gesproken mensen aan elkaar binden – die volgens De Graaf in de DDR kapot zijn gemaakt. “In de DDR was vrijwel alles op de overheid gericht: de staat regelde, verzorgde en zorgde ervoor dat mensen elkaar bespioneerden. Maar zodra je vervolgens die overheid gaat wantrouwen, zoals na die Wende massaal gebeurde, heb je niets anders meer om op terug te vallen.” Wat volgens De Graaf overblijft, is een leegte: geen sterke overheid meer om op te vertrouwen, maar ook geen sterke maatschappelijke verbanden die dat gat kunnen vullen. Alleen nog tribale, naar binnen gekeerde kleine gemeenschappen.
Ook Gerrit van Dijk herkent dit beeld: “Ik zie hier heel veel eenzaamheid. De DDR heeft het hele maatschappelijk middenveld overgenomen en dat is nooit meer teruggekomen. Daardoor zijn veel mensen boos en eenzaam achtergebleven.” Gerrit en zijn vrouw richten zich daarom volledig op het herstellen daarvan. Juist in hun wijk, waar mensen soms opgesloten zitten in hun flatje, willen ze iedereen welkom laten voelen: “Ik geloof dat gemeenschappen dat weer kunnen opbouwen. Christelijke gemeenschappen hebben daarin een vermogen dat andere gemeenschappen niet hebben: dat je het met elkaar uithoudt op basis van je christelijk mensbeeld. En dat is echt iets anders dan de seculiere leer die de DDR propageerde.”
Meer lezen?
Lees hier meer over het werk van Gerrit in een artikel bij De Verspieders
Meer leren over onze wereld en cultuur – door geschiedenis, kunst en geloof? Abonneer je op De Ongelooflijke Substack en ontvang iedere week nieuwe artikelen in je mail. De artikelen blijven gratis, wel kan je vriend van De Ongelooflijke worden om ons werk te steunen.









Dank Michiel! Hier nog een interessant interview over het gebrek aan historische realiteitszin over de feiten van de DDR-geschiedenis: https://www.faz.net/aktuell/politik/inland/magnus-brechtken-ostdeutschland-und-die-afd-im-fokus-accg-201133155.html.
Dat religie binnen een paar generaties zo uit een systeem kan groeien, bewijst gelijk hoezeer religie een sociaal construct is. Het is aangeleerd, cultureel bepaald en als het niet meer aangeboden wordt, verliest het blijkbaar direct zijn positie.