Waar extreme polarisatie toe kan leiden
Twee schilderijen van een land in crisis
De verkiezingen liggen achter ons: het volk heeft gesproken. Dat democratie helemaal niet zo vanzelfsprekend is, laat Rozanne de Bruijne, conservator bij het Museum Catharijneconvent, zien aan de hand van verschillende 17e-eeuwse schilderijen: “De tweedeling in de samenleving werd enorm op de spits gedreven en één leider moest het oplossen.”
Een man van in de veertig kijkt ons enigszins emotieloos, het lijkt haast zelfingenomen, aan. Alleen een kaars verlicht zijn gezicht. Op dit schilderij zie je een geslaagde man, een man op het toppunt van zijn macht. Willem III (1650–1702) is op dit moment niet alleen prins van Oranje, maar ook stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en koning van Engeland, Schotland en Ierland.
Een brandende kaars
Dat hij koning is zie je aan het harnas, waarin het schijnsel van de vlam weerkaatst en de witte hermelijnen mantel. De kaars is niet alleen bedoeld om licht te brengen in het duister, maar heeft ook een andere functie, duidt De Bruijne: “Wat ik zo mooi vind aan dit portret, is de symbolische betekenis van de kaars naast Willem III. Terwijl de kaars zijn licht verspreidt ten gunste van anderen, brandt hij zelf op.” De boodschap van die kaars is dat de prins van Oranje zijn leven in dienst moet stellen van zijn onderdanen, zegt De Bruijne: “Zelfverloochening als teken van goed koningschap.”
Wie schilderde Willem III?
De schilder die Willem III vastlegde was Godfried Schalcken (1643–1706). Een schilder die bekend werd door zijn taferelen bij het licht van één kaars of fakkel. “Hij bestudeerde de effecten van kaarslicht op het gezicht van mensen en ontwikkelde dit tot zijn specialisme”, aldus De Bruijne. Schalcken maakte zijn schilderijen in een speciaal daarvoor gemaakte ruimte. Het model poseerde in de verduisterde kamer met één lichtbron. In de kamer daarnaast keek de schilder door een kijkgat, zodat hij bij daglicht aan zijn schilderij kon werken.
Maar dit schilderij laat ook zien dat het beeld dat iemand van zichzelf neerzet, niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid. Willem III, de zelfverzekerde staatsman die opbrandt voor zijn volk, greep de macht op een heel donker moment in de Nederlandse geschiedenis: polarisatie vierde hoogtij, het land werd onder de voet gelopen door vijandelijke legers en twee belangrijke politici werden op gruwelijke wijze vermoord.
Een prins zonder macht
Dat voor de achterkleinzoon van Willem van Oranje een mooie toekomst in het verschiet ligt, is bij zijn geboorte in 1650 nog niet evident. Willem III is na de dood van zijn vader, Willem II, dan wel dé erfgenaam van het Huis Oranje-Nassau, maar een jaar na zijn geboorte wordt bij de Grote Vergadering door de Staten-Generaal besloten om geen nieuwe stadhouder aan te stellen. Daarnaast wordt drie jaar later aan Engeland beloofd dat de Republiek nooit meer een stadhouder zal aanstellen.
Al langer is er onvrede bij de regenten, bestuurders van de provincies, over de stadhouders die zich als vorsten gedragen en te veel macht naar zich toe trekken. Met de poging tot een staatsgreep van Willem II in juli 1650 als schrikwekkend voorbeeld. Door het afschaffen van het stadhouderschap komt de macht meer bij de provincies te liggen en wordt de raadspensionaris, Johan de Witt (1625–1672), de machtigste man van de Republiek.
Hoe was de macht verdeeld in de Republiek?
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestond uit zeven provincies: Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel en Groningen. Het bestuur van de Republiek bestond uit de Staten-Generaal. Die werden gevormd door afgevaardigden van alle zeven provincies. De Staten-Generaal namen beslissingen over oorlog en vrede, bondgenootschappen en belastingen.
De stadhouder, meestal afkomstig uit het Huis van Oranje-Nassaus, stond in dienst van de afzonderlijke Staten, de besturen van de zeven provincies van de Republiek. Hij was dus formeel een ambtenaar, maar omdat hij ook de militaire opperbevelhebber was en betrokken was bij het buitenlandse beleid had hij veel politieke macht. Dit gaf het stadhouderschap vorstelijke allures.
De raadspensionaris was de belangrijkste politieke leider van de provincie Holland. Hij vertegenwoordigde de Staten van Holland, de rijkste en invloedrijkste provincie, in de Staten-Generaal. De raadspensionaris was daarmee de belangrijkste politicus van de Republiek. Hij speelde een centrale rol in de buitenlandse politiek en hield toezicht op de financiën en het bestuur van de Republiek.
Bij de Grote Vergadering in 1651 wordt ook besloten dat de provincies, ook wel gewesten genoemd, meer vrijheid krijgen. “Dit was revolutionair in Europa. Ieder ander land werd door de adel of een vorst bestuurd. Het was ongekend dat gewesten bepaalden wat er moest gebeuren en dat burgers inbreng hadden”, aldus De Bruijne. “Het was verre van ideaal, want vooral rijke burgers hadden inspraak, maar het was het begin van de democratie zoals we die nu nog kennen.”
Uitzicht op het stadhouderschap heeft Willem dus niet, maar toch wordt hij vanaf jonge leeftijd voorbereid op een rol als toekomstig leider. In 1666 benoemt raadspensionaris De Witt hem tot ‘Kind van Staat’. Vanaf dat moment bemoeit De Witt zich persoonlijk met de opvoeding van de jonge prins: hij geeft hem les en gaat zelfs met hem kaatsen. Het begin van een tumultueuze relatie die diep tragisch zou eindigen.
In de jaren die volgen komen leraar en leerling steeds meer tegenover elkaar te staan. Dat had alles te maken met hun tegengestelde politieke ideeën. Johan is de architect en vertegenwoordiger van de staatsgezinden. De macht ligt volgens de staatsgezinden bij de gewesten en voor de stadhouder is geen, of een heel beperkte, rol. Willem III is als Oranjetelg het boegbeeld van de prinsgezinden. Zij willen terug naar hoe het was: een centraal bestuur met aan het hoofd de stadhouder. In de jaren die volgen wordt de prins steeds populairder en klinkt de roep om hem weer als stadhouder aan te stellen luider en luider.
Het noodlot slaat toe
In 1672 verandert alles. De Republiek is eind 17e eeuw een van de rijkste en machtigste landen ter wereld. Ze heeft veel geld verdiend aan de winstgevende handel van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de marine is oppermachtig en beheerst de Europese wateren. De Republiek is zo succesvol dat buurlanden zich bedreigd voelen. Frankrijk, Engeland en twee Duitse staten, Münster en Keulen, besluiten in te grijpen. Aan de grenzen van de Republiek verzamelt zich het grootste leger van Europa, sinds de tijd van de Romeinen. De Franse troepen trekken met 120.000 militairen op 12 juni de grens over en trekken, nadat zij Utrecht bezet hebben, moordend en plunderend richting Amsterdam.

Het volk is redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos, met dit gezegde zou 1672 de boeken ingaan. De spanningen lopen op en de polarisatie neemt extreme vormen aan. De staatsgezinden en de prinsgezinden komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. De andere partij staat voor alles wat er misgaat in het land. En zoals dat gaat in tijden van crisis, klinkt de roep om een sterke man. Het volk weet ook wie dat moet zijn: Willem III. De gewesten maken de 22-jarige prins opperbevelhebber van het leger en op 4 juli wordt hij ook als stadhouder aangesteld. Met behulp van de Hollandse Waterlinie weet hij de opmars van het Franse leger te stoppen. De bevolking is onder de indruk en noemt hem al snel ‘de redder van de Republiek’.
Gedreven door angst, woede en frustratie zoeken mensen, nadat ze van de eerste schrik bekomen zijn, naar een zondebok. De Witt, als machtigste man van de Republiek, krijgt de schuld. En ook zijn oudere broer en bestuurlijke rechterhand Cornelis (1623–1672) moet het ontgelden. Zij vertegenwoordigen de elite die vooral bezig is geweest met het gewest Holland rijk maken door handel en te weinig heeft geïnvesteerd in defensie. Een grote haatcampagne komt op gang met leugens, geruchten en complotten: fake news avant la lettre. Johan geeft zijn ambt als raadspensionaris op. Cornelis wordt beschuldigd van het plannen van een moordaanslag op Willem III. In de Haagse gevangenpoort wordt hij verhoord en gemarteld, maar hij bekent geen schuld.
Lynchpartij in het hart van de macht
Op de dag van het vonnis van de gevangengenomen Cornelis, 20 augustus, wordt een anoniem pamflet op de Nieuwe Kerk in Den Haag gehangen. Het blijkt een gedicht met een voorspellende gave:
Beëlzebub* schrijft uit de hel
dat Kees** de Witt haast komen zel.
Hij verwacht hem in korte dagen
maar zijn kop moet eerst zijn afgeslagen.
*Beëlzebub=Bijbels spotnaam voor de duivel
** Kees=afkorting van CornelisDat deze boodschap juist op de Nieuwe Kerk wordt gehangen is niet vreemd. De predikant van deze kerk, dominee Simonides, fulmineerde in zijn preken tegen de gebroeders De Witt: het waren volgens hem duivels die uitgedreven moesten worden.
Het vonnis van Cornelis luidt op diezelfde dag: levenslange verbanning uit Holland, verlies van ambten en de proceskosten betalen. Johan besluit zijn broer op te halen uit de gevangenis. Maar terwijl de twee broers binnen zijn, verzamelt zich een grote groep van boze burgers en aanhangers van Willem III rond de middeleeuwse gevangenis. De menigte weigert de twee politici te laten vertrekken.
Wat dan volgt, is een van de zwartste politieke bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis. En dat brengt ons bij het tweede schilderij waar De Bruijne aan moest denken: De lijken van de gebroeders De Witt. Als je het schilderij even op je in laat werken, spreken de misselijkmakende details voor zichzelf. Maar hier volgt toch een korte beschrijving van wat er precies gebeurde. Wees gewaarschuwd: de details zijn huiveringwekkend. De schutterij die Cornelis en Johan zou moeten beschermen, trekt zich terug. De broers worden naar buiten gesleurd en vermoord: Cornelis sterft door messteken en slagen met geweerkolven, Johan wordt van achteren neergeschoten.
Hun lichamen worden omgekeerd opgehangen aan een galg voor de Gevangenpoort. De ultieme vernedering. Daarna worden hun lichamen gruwelijk verminkt. Ledematen worden met messen afgesneden: de tong van Johan wordt uit zijn mond gerukt, zijn hart uit zijn borstkas gesneden en in zijn gezicht gegooid, beiden worden gecastreerd. Sommige lichaamsdelen worden zelfs opgegeten door de uitzinnige menigte. Stukken kleding en lichaamsdelen worden tegen opbod verkocht en zijn later terug te vinden in de Haagse kroegen. Een tong en een vinger, volgens overlevering van Johan en Cornelis, zijn nog te bezichtigen in het Haags Historisch Museum.
Een zwarte kat
De lijken van de gebroeders De Witt is zeer waarschijnlijk gebaseerd op een prent, zegt De Bruijne. Die prent is gemaakt op het moment dat de lijken nog aan de galg hingen. We zien op het schilderij, net als bij het portret van Willem III, een lichtbron in beeld. De Bruijne: “Dit keer een fakkel zonder symbolische waarde. Het schijnsel van de fakkel gebruikt de schilder om de lichamen nog meer uit te lichten.”
Op de voorgrond zie je een dode zwarte kat, die was eerst tussen de benen van Cornelis gelegd, nadat hij was gecastreerd. De kat heeft volgens De Bruijne in de 17e-eeuwse schilderkunst vaak een wellustige betekenis: “Hiermee werd vermoedelijk de schande van het ‘ontmand’ zijn benadrukt.” Tegelijkertijd kan de kat volgens haar ook verwijzen naar het kwaad, wreedheid en onbetrouwbaarheid: “Het zal dus ook te maken hebben gehad met de ‘onbetrouwbaarheid’ van de gebroeders De Witt.”

Niet immuun voor bedreigingen
Wist Willem III welk noodlot zijn vroegere leermeester te wachten stond? Daarover verschillen de meningen. Verschillende historici denken dat de moord op de broers De Witt een complot was, waarvan de prins van Oranje afwist. Willem III heeft in ieder geval niet zijn best gedaan om de moord te voorkomen en na de lynchpartij deed hij geen enkele moeite om de daders op te sporen en te laten berechten. Hij was de nieuwe leider en greep met de prinsgezinden de macht. De tijd van het volk en de democratie was voorbij en de tijd van de sterke man was opnieuw begonnen.
Het creëren van een vijandbeeld van politieke tegenstanders, het verspreiden van fake news en het tegenover elkaar plaatsen van bevolkingsgroepen: de parallellen met onze tijd lijken groot. En hoewel we voorzichtig moeten zijn met het trekken van lijnen van 1672 naar nu, de omstandigheden toen waren heel anders, herkennen we misschien iets in de echo’s uit het verleden en waarschuwen ze ons om niet dezelfde fouten te maken. Zoals de Spaanse filosoof George Santayana het schreef: “Wie zich het verleden niet kan herinneren, is gedoemd het te herhalen.”
De Ongelooflijke gaat weer live! Maandagavond 8 december zijn we in de Goudse Schouwburg. Zien we je daar? Bestel tickets via eo.nl/ongelooflijke
Meer leren over onze wereld en cultuur – door geschiedenis, kunst en geloof? Abonneer je op De Ongelooflijke Substack en ontvang twee keer per week een nieuw artikel in je mail. De artikelen blijven gratis, wel kan je vriend van De Ongelooflijke worden om ons werk te steunen.







En ga naar de geweldige tentoonstelling in het Dordrechts Museum: De wereld van De Witt. Het kan nog een maand. Op 15 november is er in de Nieuwe Kerk trouwens een lezingenbijeenkomst op het graf van De Witt (en Spinoza). Zie https://www.johandewitt.nl
Hoe macht het instrument van polarisatie inzet.