Stem in vredesnaam op een échte democraat!
Essay Stefan Paas over de verkiezingen
In het rumoer van de verkiezingscampagne, roept theoloog Stefan Paas ons op tot bezinning op de democratie. Een recordaantal partijprogramma’s bevat voorstellen die een risico vormen voor de rechtsstaat. Wat als de wil van het volk schadelijk is voor een kwetsbare minderheid? Een essay over waarom democratisme slecht is voor Nederland.
Roken in de bus
Stel, je zit in een bus, samen met negenveertig anderen. Die bus is Nederland. Voorin zit de chauffeur, zeg maar de regering.
In de bus wordt gediscussieerd. Iemand heeft namelijk voorgesteld dat er in de bus gerookt mag worden. Tijdens de discussie blijkt dat dit in goede aarde valt bij de meesten. Deze bus telt namelijk liefst vijfenveertig rokers. Maar niet iedereen is blij met het voorstel. In de bus zitten ook twee COPD-patiënten en nog drie mensen die vroeger gerookt hebben. Die vijf willen het liefst dat de bus rookvrij blijft, de een vanwege z’n gezondheid, de ander vanwege haar vroegere verslaving.
Dit is het dilemma van een democratische rechtsstaat. De wil van de meerderheid (democratie) moet worden afgewogen tegen grondrechten, internationale verdragen, en belangen van veiligheid en gezondheid (rechtsstaat). Zo worden kwetsbare minderheden beschermd en zo wordt voorkomen dat de meerderheid schade toebrengt aan zaken die belangrijk zijn voor het land. Om een extreem voorbeeld te noemen: de meerderheid kan het een goed idee vinden om geen geld meer uit te geven aan het onderhoud van dijken, maar dat zou dan op termijn het einde van grote delen van Nederland betekenen.
In de bus wordt gestemd. Stel, veertig mensen stemmen voor roken in de bus en tien zijn ertegen. Wat nu? Optie 1: de meerderheid beslist, en dus mag er voortaan gerookt worden in de bus. Optie 2: we moeten de wens van de meerderheid afwegen tegen het verlangen van de minderheid. Onder die minderheid zijn mensen voor wie roken levensbedreigend kan zijn. Zijn leven en gezondheid van een kleine groep niet belangrijker dan het genot van de meerderheid?
Optie 1 noem ik ‘democratisme’, een radicale nadruk op de meerderheid van stemmen. Democratisme wil zeggen: in Nederland moet de wil van de meerderheid worden uitgevoerd, zelfs als dat de rechtsstaat uitdaagt of aanpast. Het volk wil het, dus hoepel op met je mensenrechten.
Volgens een recent onderzoek van Ipsos I&O onder ruim 2300 stemgerechtigde Nederlanders (in opdracht van NRC) denkt een kwart van de Nederlandse stemgerechtigden zo. Dat valt nog mee, kun je denken. Bijna de helft van de Nederlanders (49%) wil de rechtsstaat juist beschermen tegen de wil van de meerderheid. Bij vrijwel alle politieke partijen zie je dat het aantal stemmers dat voorrang geeft aan de rechtsstaat groter is dan degenen die voor ‘democratisme’ gaan.
De uitzonderingen zitten allemaal op uiterst rechts. Bij JA21, BBB, PVV en FvD zijn de ‘democratisten’ in de meerderheid. (Op het moment dat ik dit schrijf, peilen die partijen samen tussen de 45 en 59 zetels.) Bij FvD gaat de steun voor democratisme zelfs richting de 70%! Hoe rechtser de stemmer, hoe ‘democratistischer’ zij dus denkt. Ook bij SGP en VVD, twee behoorlijk rechtse partijen, is er nog altijd een behoorlijke minderheid (bijna 20% van hun stemmers) die de volkswil voorrang geeft boven de rechtsstaat. Maar toch zijn ook hier de beschermers van de rechtsstaat in de meerderheid: 51% bij de SGP en 59% bij de VVD.
Een kwart van de stemmers is misschien niet overdreven veel. Maar het is te hopen dat die groep niet groter wordt. Waarom is dat zo? Waarom is democratisme zo slecht voor het land? Hier komen de argumenten:
Democratisme is kortzichtig
De partijen aan de uiterste rechterflank schermen vaak met ‘het volk’ dat zij zeggen te vertegenwoordigen. Zij zijn ervan overtuigd dat de meerderheid vindt wat zij vinden, bijvoorbeeld als het gaat over immigratie. Daarom moet de politiek veel meer macht krijgen om te doen wat de meerderheid wil. De rechtsstaat zit dan maar in de weg, met al die grondrechten en internationale verdragen.
Dat is een ontzettend kortzichtige houding. Je vergeet namelijk dat de rollen omgedraaid kunnen worden. Vandaag ben jij misschien ‘het volk’, maar morgen ben je zelf zo’n minderheid tegen wie de meerderheid zich keert. Vandaag zijn de moslims het doelwit, morgen de joden, overmorgen komen ze voor de christenen, de lhbti’ers, kunstenaars, vrouwen. En dan is het te laat, want toen jij nog bij ‘het volk’ hoorde heb je gestemd voor partijen die de overheid heel veel macht geven om over minderheden en hun rechten heen te walsen. Je vond het toen wel een goed idee dat de overheid onwelgevallige media kan censureren, demonstraties kan verbieden, burgers ongebreideld kan afluisteren, de geheime dienst op scholen kan afsturen, de rechten van verdachten kan beperken, fondsen van politieke partijen kan bevriezen op basis van een verdenking, of mensen het land uitzetten zonder proces.
Denk maar weer aan die autobus. Als je zelf rookt en vóórgestemd hebt, kun je je blijkbaar niet voorstellen dat je zelf misschien ooit COPD krijgt of wilt afkicken van roken. Maar zodra je daar even bij stilstaat, krijg je onmiddellijk meer sympathie voor de rechtsstaat. Want die ga je hard nodig krijgen op de dag dat je zelf bij de minderheid hoort en anderen beweren ‘het volk’ te zijn. Waarschijnlijk is daarom bij SGP’ers de liefde voor de rechtsstaat veel groter dan bij andere rechtse partijen. SGP-stemmers behoren zelf tot een minderheid in Nederland. Zij beseffen beter dan PVV’ers dat het niet zo’n goed idee is om de overheid al te veel macht te geven. Die macht kan zich op een kwade dag zomaar tegen jezelf keren. SGP’ers hebben dat geleerd in hun kerken en op hun scholen. PVV’ers en FvD’ers staan daar blijkbaar niet bij stil. Denk maar aan Geert Wilders die keer op keer roept dat de overheid ‘keihard’ moet optreden bij crimineel gedrag, terwijl hij moord en brand schreeuwt als hij zelf voor de rechter moet komen. De wet geldt immers voor anderen, niet voor ‘het volk’.
Democratisme is ondemocratisch
Niets lijkt democratischer dan ‘de meeste stemmen gelden!’. En toch is democratisme uiteindelijk ondemocratisch. Waarom? Dat heeft te maken met het vorige punt. Zodra democratisten begrijpen dat zij op een kwade dag zelf de minderheid kunnen worden tegen wie de overheid zich keert, gaan zij maatregelen treffen om dat te voorkomen. Op dit moment zien we dat in de Verenigde Staten. President Trump trekt daar steeds meer macht naar zich toe. Republikeinen vinden dat allemaal prachtig, maar intussen proberen ze wel te voorkomen dat die enorme macht van de president in de toekomst voor de Democraten gaat werken. Dus probeert de regering Trump nu controle te nemen over de media, kiesdistricten opnieuw in te delen, de wetenschap te ondermijnen, politieke tegenstanders verdacht te maken als verraders en vijanden, en zij stelt alles in het werk om te voorkomen dat de politieke tegenstanders ooit nog aan de macht komen. En als dat niet werkt, kun je altijd nog de verkiezingen saboteren. Of je accepteert gewoon de uitslag niet.
Daarom zie je bij ‘democratistische’ partijen haast altijd een autocratische tendens. Zij houden niet van tegenspraak; in hun wereldbeeld moeten zij zelf altijd ‘het volk’ zijn. De rokers in de autobus doen hun best ervoor te zorgen dat de rokers altijd in de meerderheid blijven, en dat de niet-rokers niet te veel praatjes krijgen. Democratisme is dus alleen in schijn democratisch. Een echte democraat wil dat de meerderheid regeert, ook als een andere partij de verkiezingen heeft gewonnen. Zo’n echte democraat zal er dus ook over nadenken hoe minderheden en algemene belangen beschermd kunnen worden tegen de dictatuur van de meerderheid. Zo zie je maar: de democratie kan niet zonder de rechtsstaat.
Democratisme gaat uiteindelijk om het recht van de sterkste
Terug naar de autobus. Als veertig mensen stemden vóór roken en tien ertegen, betekent dit dus dat een aantal rokers tegen het vrijgeven van roken heeft gestemd. Zij hebben niet alleen aan hun eigen belang gedacht, maar ook aan dat van anderen. Zo is het ook met de rechtsstaat. Die wordt gedragen door de bereidheid van veel burgers om hun eigen vrijheid in te perken, vanwege het algemeen belang. Denk aan jonge mensen die helpen de AOW van ouderen te betalen, of aan pacifisten die via hun belastingen meebetalen aan defensie. Je kunt ook denken aan het beroemde citaat van Voltaire: ik verafschuw uw opvattingen, maar ik zou m’n leven geven voor uw recht om ze te uiten.
Maar wanneer altijd de meeste stemmen gelden, betekent dit dat je deze solidariteit opgeeft. Het betekent dat er nog maar één wet geldt: het eigenbelang. Onze groep vindt dit en dus moet het gebeuren, want wij zijn de meerderheid. Jammer voor de anderen. En als je niet snel genoeg je zin krijgt, kan het zomaar agressief worden. Zie Geert Wilders (PVV) die in Zwolle burgers probeerde op te hitsen toen de gemeenteraad bijna unaniem voor de komst van een AZC had gestemd. Zie Gideon van Meijeren (FvD) die openlijk zinspeelde op een gewelddadige opmars naar Den Haag. Denk aan de BBB en de agressieve tractordemonstraties, waarbij vernielingen werden gepleegd. Of neem de recente gewelddadige betoging in Den Haag, compleet met NSB-prinsenvlaggen en Hitlergroeten, waarbij het partijkantoor van D66 werd beschadigd. De achterliggende gedachte is duidelijk: wij zijn het volk, want wij vertegenwoordigen de meerderheid. Wee degene die ons in de weg staat.
Dus die voorliefde voor de volkswil verraadt ook een dieperliggend probleem, namelijk dat veel stemmers geen algemeen belang meer erkennen. Democratie is in hun ogen niet leven en laten leven en samen tot een vergelijk komen. Nee, democratie is een jungle waarin de sterkste z’n zin krijgt.
Democratisme ontstaat uit levensbeschouwelijke leegte
Nog een blik in de (inmiddels nogal rokerige) autobus. Waarom zou je eigenlijk rekening houden met die enkeling met COPD? Waarom zou je je eigen genot beperken voor iemand die wil afkicken? Is dat niet hun eigen probleem? Die vraag stemt tot nadenken over de levensbeschouwelijke bronnen van de rechtsstaat.
De rechtsstaat draait om grondrechten (meningsuiting, godsdienst, vergadering, enzovoort) en om internationale verdragen, om respect voor de rechtspraak, en zo nog wat dingen. Al die zaken hebben te maken met dingen die je niet kunt tellen. Ze zijn geworteld in diepere overtuigingen en tradities van moraal en levensbeschouwing. Bijvoorbeeld, in overtuigingen over de waardigheid van mensen, ook als ze vluchteling zijn of een andere huidskleur of godsdienst hebben. Bijvoorbeeld in lange tradities die antwoord geven op de noodzaak om geweld met wetgeving te beteugelen. De rechtsstaat gaat over het belang van instituties en rechtspraak, over de waarde van tradities en morele opvoeding, over het verlangen naar een eerlijk en vreedzaam samenleven, waarin niemand tekortkomt. Al dit soort zaken zijn onmogelijk uit te drukken in geld of aantallen. Het zijn morele waarden die vaak worden uitgedrukt in verhalen, zoals dat van de barmhartige Samaritaan in de Bijbel. Of we leren ze kennen via inspirerende voorbeelden (denk aan Mandela of Martin Luther King).
Democratisme vervangt die hele waardenhuishouding door iets veel simpelers: gewoon neuzen tellen. Je hoeft geen gelijk te hebben, als je het maar krijgt. En de meerderheid wint nu eenmaal altijd. Als je kunt tellen, heb je al die moraal en diepere waarden niet nodig. Moraal is iets voor deugneuzen en de havermelkelite. ‘Hoeveel legioenen heeft de paus?’, schijnt Stalin cynisch gevraagd te hebben, toen hij kritiek kreeg van het Vaticaan op zijn dictatuur. Hij sprak de taal van de brute macht, en die is van alle tijden. Maar eeuwenlang werd die taal in Europa getemperd door hogere waarden vanuit klassieke deugden, christelijke ethiek en verlichtingswaarden. Dat lijkt nu voor veel mensen voorbij te zijn. Opnieuw geldt: might is right.
Onder democratisme gaapt een angstaanjagende levensbeschouwelijke leegte. We hebben in onze cultuur veel verhalen verloren, en we zijn een groot deel van onze eeuwenoude religieuze en levensbeschouwelijke tradities kwijtgeraakt. Massa’s mensen zijn op drift geraakt. We leven in een wereld die wordt gedefinieerd door geld, militaire macht, aantallen volgers en likes op sociale media en kijkcijfers. Daarbij past een politiek die zich niet meer bekommert om verdragen, menselijke waardigheid, de integriteit van de schepping, of om ‘het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid’ (zoals Jezus zei). Het is voldoende om stemmen te tellen. En als je genoeg stemmen kunt verzamelen (door verleiding, manipulatie, propaganda, of desnoods door fraude), dan geldt: jouw wil geschiede. Zo simpel is het. Ik voorspel: hoe meer we seculariseren, hoe groter de groep democratisten zal worden.
Democratisme is simplistisch
Over simpel gesproken: als we nog een laatste keer in onze autobus kijken, dan kun je je voorstellen dat de chauffeur op zoek gaat naar een compromis. Is het mogelijk om de wil van de meerderheid (roken) goed te balanceren met de belangen van de minderheid (gezond blijven en afkicken)? De democratische rechtsstaat gaat over zulke evenwichtsoefeningen. Kunnen er rookpauzes komen onderweg, betere ventilatie, is het mogelijk om de bus in te delen in verschillende compartimenten?
In een democratische rechtsstaat heb je constant zulke discussies. Dat geeft ook wrijving, soms onvrede. We komen er nooit helemaal uit, en er zijn altijd wel mensen die ontevreden zijn over het compromis dat we hebben gevonden. Dus ja, een democratische rechtsstaat is best ingewikkeld. Het is veel gemakkelijker om democratistisch te zijn: de meerderheid van stemmen heeft gelijk, punt uit. Dus dat is ook een verleiding van democratisme: het is zo lekker overzichtelijk. Je hoeft je niet druk te maken over laffe compromissen, afstemming, het creëren van draagvlak, grondwettelijke toetsen, haalbaarheid, redelijkheid en billijkheid, en al die saaie, moeilijke exercities waarop de democratie patent heeft. Je kunt gewoon stoere dingen roepen, en als die niet gebeuren, dan komt dat altijd doordat je bent tegengewerkt. Lees de van elk zelfinzicht gespeende autobiografie van voormalig PVV-minister Faber, een van de zwakste ministers die Nederland ooit heeft gehad. Zij kreeg werkelijk niets voor elkaar op een dossier dat voor haar eigen partij zo’n beetje het belangrijkst is (migratie). Waarom? Omdat ze niet wilde overleggen, afstemmen, compromissen sluiten, omdat ze onbereikbaar was voor organisaties in de samenleving, en omdat ze niet openstond voor feedback of correctie. Zij was geen democraat, maar een democratist. En dat is een groot verschil.
Ga je stemmen? Stem op een democraat
Democratisme is kortzichtig, ondemocratisch, heerszuchtig, leeg en simplistisch. Als je gaat stemmen op 29 oktober, stem dan op een democraat. Stem dus op een partij die de rechtsstaat hoog heeft. Je kunt je daarvoor bijvoorbeeld oriënteren op de toets van de Nederlandse Orde van Advocaten die alle verkiezingsprogramma’s beoordeelt op de mate waarin zij de rechtsstaat respecteren. Er zijn dan altijd nog smaken genoeg. Je kunt links of rechts stemmen, conservatief of progressief, religieus of seculier. Maar stem in vredesnaam op een democraat.
De Ongelooflijke gaat weer live! Maandagavond 8 december zijn we in de Goudse Schouwburg. Zien we je daar? Bestel tickets via eo.nl/ongelooflijke
Meer leren over onze wereld en cultuur – door geschiedenis, kunst en geloof? Abonneer je op De Ongelooflijke Substack en ontvang twee keer per week een nieuw artikel in je mail. De artikelen blijven gratis, wel kan je vriend van De Ongelooflijke worden om ons werk te steunen.








Wat een helder voorbeeld. Heel zinnig. Zou het misschien interessant kunnen zijn om in een Podcast eens met een specialist te spreken over de vraag of onze democratie wel genoeg checks en balances heeft ingebouwd om 'Amerikaanse praktijken' te voorkomen? En of betere bescherming van onze democratie geagendeerd zou moeten worden? Is best diep in de materie natuurlijk. Maar ik begin me dit onderhand wel zorgelijk af te vragen.
Hoi Stefan, bedankt voor je input. Altijd interessant om te lezen/luisteren wat je denkt. Helaas ben ik het vandaag niet met je eens. Wel dat democratie een keerzijde heeft en ten koste kan gaan van de minderheid. Daar lezen we al over bij de Franse filosoof Tocqueville wiens rijke familieleden onder de guillotine belandden na de Franse revolutie. Desondanks heeft hij met pijn in het hart levenslang zich hard gemaakt voor democratie. In jouw betoog hinkel je een beetje op twee benen: enerzijds dat de stem van het volk gehoord moet worden, anderzijds dat dit niet ten koste moet gaan van solidariteit. Dat die laatste waarde in het geding is, ben ik het ook mee eens, evenals veel andere Christelijke waarden zoals vergevingsgezindheid, rentmeesterschap, nederigheid, dienstbaarheid, trouw, geloof, hoop, eerlijkheid, vrede, geduld, zorg voor de ander, zelfbeheersing, dankbaarheid, reinheid, etc. Naar mijn idee staan alle Christelijke waarden onder druk (o.a. door social media, Amerikanisatie, consumentisme, individualisme, hedonisme, voorbeeldfiguren 'geen actieve herinnering' en ander gebrek aan moraal, postmodernisme, scientisme, constante stress/ 24/7 online, verheerlijking van de villain, succescultuur, straatcultuur, etc.).
Dat gezegd hebbende: ik geloof dat het populisme een sentiment raakt wat echt gevoeld wordt. Of dit nu ten alle tijden constructief is of niet, in een democratie zou het volk zijn stem allerminst gehoord moeten worden. Dat is er te weinig, terwijl de technologie dit wel zou toelaten. We zien wel een tegenovergestelde reactie: D66 die referenda juist afschaft (terwijl dit in '66 hun oprichtingsvisie was), verschillende stemmingen (avondklok, oekraine-verdrag) waarin de 2e kamer haar eigen besluit maakt ondanks de stem van het volk. Er is cynisme ontstaan over het stemmen op personen (die dan hopelijk voor 70% kiezen wat jij wil), en een grotere wens naar meer volks-input per onderwerp.
Daar moet wat mee gebeuren. Evenals hoe beschermen we Christelijke waarden, en ook hoe zorgen we dat democratie constructief blijft / hoe beschermen we minderheden tegen acuut-opwellende sentimenten. Echter dat maakt het stemmen op een uiterste of een zoals gesuggereerd 'minder democratische partij' niet minder legitiem. Sterker nog, het is kwalijker dat er nu binnen 'wel-democratische' partijen ook een 'bij voorbaat uitsluiten' populair wordt. Dít, gaat júíst in tegen democratisch gedachtegoed waarmee compromis en coalitievorming centraal staan. In mijn optiek moet dát dus verboden worden.