Dit schilderij laat Antoine Bodar maar niet los
De 'Guernica' van Picasso en de zinloosheid van oorlog
In 1982 reisde priester en kunsthistoricus Antoine Bodar af naar Madrid om een schilderij te bekijken dat hem al lange tijd fascineerde: de Guernica van Pablo Picasso. Daar, in de oude balzaal van het Buen Retiro-paleis, torende dit immense kunstwerk boven hem uit en maakte diepe indruk. Vooral nu voelt de Guernica voor hem actueler dan ooit: “Als er één schilderij is dat iets kan laten zien van de gruwelijkheden in Gaza en Oekraïne, dan is het dit schilderij.”
Het bombardement op Guernica
Op een vroege ochtend in april 1937 is een Duits squadron bommenwerpers onderweg naar het Baskische stadje Guernica. De Spaanse Burgeroorlog is in volle gang. De nationalistische troepen van Francisco Franco staan tegenover de Republikeinen: een samenraapsel van communisten, socialisten en anarchisten. Guernica is een van de noordelijke bastions van de Republikeinen, en daar hebben de nationalisten het op gemunt. Franco krijgt daarbij hulp van zijn Duitse bondgenoot: Adolf Hitler. Op Hitlers bevel wordt het stadje door Duitse bommenwerpers in een paar uur met de grond gelijkgemaakt. Veel Republikeinse strijders zijn buiten de stad en worden gespaard – veel vrouwen en kinderen overleven de aanval niet.
Politiek statement
Als Pablo Picasso op 1 mei de krant openslaat, leest hij de gruwelijke details van het bombardement en besluit hij dat hij iets moet doen. Picasso, een Spanjaard, woont al geruime tijd in Parijs, maar volgt de gebeurtenissen in Spanje op de voet. Hij heeft zich tot dan toe grotendeels afzijdig gehouden van het conflict, wat hem ook op kritiek kwam te staan van tijdgenoten.
Het bombardement op Guernica betekent een keerpunt in zijn kunst: Picasso voelt een dringende noodzaak een politiek statement te maken. Op een enorm doek, 3,5 meter hoog en bijna 8 meter breed, schildert hij de verschrikkingen van de oorlog in zijn herkenbare kubistisch-expressionistische stijl: een gillende vrouw met een dood kindje in haar armen, een huis in vlammen, een paard in blinde paniek. Alles in grijs en zwart-wit. Het kunstwerk wordt tentoongesteld op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1937, met een gedicht van de dichter Paul Éluard ernaast:
“De dood en de weerzinwekkendheid van onze vijanden
hebben de monotone kleur van de nacht.”
Na het schilderen van Guernica bleef Picasso in Parijs wonen en weigerde hij, ook tijdens de Tweede Wereldoorlog, terug te keren naar Spanje zolang Franco aan de macht was. Uit die periode stamt een bekende anekdote dat een Duitse Gestapo-officier bij hem op bezoek was. Bij het zien van een foto van Guernica aan zijn muur, zou de officier hebben gevraagd: “Heb jij dit schilderij gemaakt?” Picasso antwoordde: “Nee, dat was jij.”
Uiteindelijk zou het negentien jaar duren voordat het schilderij zou worden overgebracht naar Spanje. Picasso besloot namelijk dat het werk pas tentoongesteld mocht worden in Spanje als de democratie weer was hersteld. Het werk reisde de wereld over, en groeide uit tot een universeel symbool tegen de oorlog. Vredesactivisten gebruikten afbeeldingen van het werk tijdens anti-oorlogsprotesten. En in 1981, zes jaar na Franco’s dood, werd het eindelijk in Madrid tentoongesteld: een moment dat velen zagen als een symbolische terugkeer van vrijheid.

Diepe onmenselijkheid
Toen priester Antoine Bodar in 1982 Madrid bezocht, had het schilderij al jarenlang voor felle discussies gezorgd in Spanje. De spanningen waren nog voelbaar en ook Bodar merkte dit, zo zegt hij aan de telefoon vanuit Rome: “Het was en is een ontzettend politiek schilderij. Het museum stond vol bewaking, en het schilderij was hermetisch afgeschermd achter kogelvrij glas. Ze wilden voorkomen dat voorstanders van de Franco-dictatuur het zouden vernielen. Het schilderij symboliseerde namelijk een overwinning op diezelfde dictatuur.”
Ondanks het kogelvrije glas was het zien van de Guernica toentertijd een indrukwekkende ervaring, zo vertelt hij: “Het is echt een enorm doek. Alles is zwart en grijs, wat bij mij een enorme somberheid opwekte.” Hij denkt nog vaak aan het schilderij. Bodar wordt getroffen door de afbeelding van de wenende vrouw met het kind, maar ook door het angstige paard. “Dat je een onschuldig dier zo ziet lijden, dat vind ik verschrikkelijk. Het laat echt een diepe onmenselijkheid en duisternis zien, maar daardoor ook de onschuld van de slachtoffers.”
Door de jaren heen hebben kunsthistorici geprobeerd de symboliek van het kunstwerk te duiden. Zo zou het paard symbool staan voor de angst die slachtoffers hebben gevoeld, en de stier voor de wreedheid van Franco en het fascisme. Picasso zelf wilde echter nooit precies uitleggen wat de symboliek inhield: “De stier is een stier en dit paard is een paard”, zo stelde hij.
“Als je een betekenis geeft aan bepaalde dingen in mijn schilderijen, kan dat heel goed waar zijn, maar het is niet mijn bedoeling om die betekenis te geven. De ideeën en conclusies die jij eruit haalt, heb ik ook, maar dan instinctief, onbewust. Ik maak het schilderij omwille van het schilderij. Ik schilder de objecten om wat ze zijn.”
– Picasso
Oekraïne en Gaza
Wie goed kijkt naar het schilderij, kan naast alle gitzwarte taferelen ook nog lichtpuntjes herkennen. Zo groeit er een klein bloemetje uit een gebroken zwaard van de man die gewond op de grond ligt. Een teken van veerkracht, volgens kunsthistorici, dat laat zien dat er altijd iets uit de puinhopen van oorlog omhoog kan groeien. Toch kan Bodar, gevraagd naar wat hem hoop geeft op dit kunstwerk, niets ontdekken: “Er is totaal geen hoop te ontdekken op dit schilderij. Het laat mij eigenlijk zien hoe verschrikkelijk en zinloos een oorlog is. Kijk bijvoorbeeld naar Gaza en Oekraïne.”
En daarom blijft Picasso’s Guernica voor hem zo betekenisvol. De priester volgt de berichten over Gaza en Oekraïne op de voet, en hij merkt hoe het leed hem diep raakt. Hij ziet hele gebieden verwoest worden en ervaart de zinloosheid van het geweld. In Picasso’s schilderij vindt Bodar een manier om die gevoelens een plek te geven: “Als er één schilderij is dat iets kan laten zien van de gruwelijkheden in Gaza en Oekraïne, dan is het dit schilderij.”
Bodar maakt zich zorgen over wat oorlog met ons doet: “Ik zie hoe oorlog de mens verslechtert. Hoe het ons verruwt. Ik zie hoe we gewend raken aan het oorlogsgeweld, en hoe we het langzaam normaal gaan vinden.” Daarnaast ziet hij ook dat veel christenen eigenlijk te bang zijn om zich uit te spreken: “We hebben als christenen in Europa boter op ons hoofd. Door wat we hebben gedaan in de Tweede Wereldoorlog, durven we nu niet meer onze mond open te doen als we onrecht zien. We moeten ook bij onszelf te rade gaan: waarom is dit zo geschied?”

Pacifisme
De Guernica is in de afgelopen vijftig jaar uitgegroeid tot een icoon van anti-oorlogsactivisme, en wordt vaak door vredesbewegingen en pacifisten aangehaald als een symbool om nooit meer oorlog te voeren. Ook Bodar maakt zich dus zorgen over het toenemende oorlogsgeweld. Is hij dan ook van mening dat we pacifist moeten worden? Op die vraag antwoordt hij heel resoluut: “Nee, natuurlijk moeten wij de vrede bevorderen, maar louter de vrede bevorderen door pacifist te zijn, dat vind ik naïef. Het is heel makkelijk om vanachter je bureau een pacifist te zijn, maar als je huis wordt vernield en je kinderen worden aangevallen, dan móét je je kunnen verdedigen.”
En zo moeten wij ook diegenen beschermen die dat zelf niet kunnen, besluit Bodar: “Wij moeten de zwakken beschermen. Dat is onze plicht.”
De Ongelooflijke gaat weer live! Maandagavond 8 december zijn we in de Goudse Schouwburg. Zien we je daar? Bestel tickets via eo.nl/ongelooflijke
Meer leren over onze wereld en cultuur – door geschiedenis, kunst en geloof? Abonneer je op De Ongelooflijke Substack en ontvang twee keer per week een nieuw artikel in je mail. De artikelen blijven gratis, wel kan je vriend van De Ongelooflijke worden om ons werk te steunen.









De priester Antoine Bodar maakt zich zorgen over wat oorlog met ons mensen doet naar aanleiding van het schilderij van Picasso met de verbeelding van de gruwelen van de Spaanse Burgeroorlog door beide partijen bedreven en door de nationalisten nog jaren na het beëindigen van de oorlog.
Laten we citeren uit de felicitatiebrief van Paus Pius XII die hij aan Franco stuurde na de overwinning van de nationalisten. “ wij verheffen ons hart tot God en danken uwe excellentie oprecht voor de overwinning van katholiek Spanje”