Dialoog met de 'vijand': Franciscus en de sultan
Een gewaagde vredesmissie tijdens een kruistocht
Tijdens de Vijfde Kruistocht in 1219 deed Franciscus van Assisi iets wat gedurfd en ongehoord was: hij liep op blote voeten het vijandelijke kamp van de Egyptische sultan binnen. Voor de kruisvaarders was Franciscus een dwaze vredeszoeker, maar zijn ontmoeting met de sultan zette veel in beweging. Hij liet zien hoe je in tijden van oorlog een depolariserend gesprek kunt voeren met de vijand.

De eerste kruistocht
Maar, voordat we naar Egypte gaan, beginnen we een paar honderd jaar eerder, in een groot open veld in de buurt van het Franse stadje Clermont. Het staat zwart van de mensen. Ze zijn hiernaartoe gekomen om te luisteren naar wat een van de meest belangrijke toespraken in de geschiedenis zal worden. In een vlammend betoog tijdens het Concilie van Clermont in 1095, roept Paus Urbanus II de christenen van Europa op om naar Jeruzalem te trekken en het te veroveren op de moslims:
“Niet ik maar God roept jullie op, als herauten van Christus, om mannen van welke rang of stand ook – zowel voetvolk als ridders, arm en rijk – te vragen zo snel mogelijk dat verfoeilijke volk in onze gebieden uit te roeien en de christelijke bewoners bij te staan.”
Zijn toespraak wordt ontvangen met een oorverdovend gejuich en het scanderen van de woorden: “Deus vult! Deus vult!” - God wil het! In de maanden daarna worden de woorden van Paus Urbanus II door geestelijken in Frankrijk en omliggende landen gepredikt, en zal het uiteindelijk een leger van tienduizenden christelijke soldaten op de been brengen om Jeruzalem te bevrijden van de ‘heidenen’.
De campagne om Jeruzalem te bevrijden zal later bekend komen te staan als de Eerste Kruistocht, want na deze zullen er nog zeven volgen. Keer op keer weten de moslims Jeruzalem en gebieden in het Heilige Land te heroveren, waarna er weer nieuwe kruisvaarders opstaan om naar het Heilige Land te reizen. De kruistochten-koorts waaide door Europa, gevoed door verschillende pausen die fel te keer gingen tegen de islamitische ‘barbaren’ en opriepen om de christelijke pelgrims in het Midden-Oosten te bevrijden. Deelnemers aan de kruistochten kregen niet alleen eeuwige roem beloofd, maar ook een aflaat.
Franciscus
Te midden van dit wapengekletter van de dertiende eeuw, besloot ook Franciscus van Assisi zich aan te sluiten bij een kruistocht. Deze monnik, ooit een rijk edelman in het Italiaanse Assisi, gaf na een ervaring met Christus al zijn bezittingen op om een leven in radicale armoede te leiden. Hij stichtte de Orde der Minderbroeders, de Franciscanen, een religieuze gemeenschap die zich wijdt aan vrede en zorg voor de armen.
Tijdens de Vijfde Kruistocht reisde Franciscus naar de Egyptische havenstad Damietta. Het doel van de kruisvaarders was om de havenstad in te nemen en die later te ruilen tegen het bezette Jeruzalem. Maar Franciscus was niet geïnteresseerd in geweld of gebiedsverovering - hij had zijn eigen missie. Geschokt door de gruwelijkheden die de kruisvaarders hadden aangericht onder joodse en islamitische gemeenschappen, wilde hij de kruisvaarders op andere ideeën brengen en toenadering te zoeken tot de moslims.
Tegen de tijd dat Franciscus het kruisvaarderskamp in 1219 bereikte hadden de kruisvaarders de havenstad omsingeld. Onder hen waren veel Hollanders en Friezen. Ze hielden de troepen van sultan Malek Al-Kamil ingesloten en wachtten op het bevel om de stad aan te vallen. Deze sultan was de neef van Saladin – de beroemde generaal die Jeruzalem in 1187 veroverde – maar bleek militair gezien minder succesvol dan zijn oom. Zijn leger was ernstig verzwakt, waardoor hij dringend een oplossing moest vinden. Meerdere vredesvoorstellen van zijn kant werden telkens door de kruisvaarders afgewezen.

Ontmoeting met de sultan
En dan komt Franciscus op het toneel. Om het aanstaande bloedvergieten te voorkomen, probeert hij de kruisvaarders te overtuigen dat ze moeten stoppen met vechten. Maar ze negeren hem volledig - hij wordt gezien als een zonderling. De overwinning is ophanden, dus waarom nu stoppen?
Maar Franciscus geeft niet op. Nu de kruisvaarders niet willen luisteren, probeert hij het op een andere manier. Samen met broeder Illuminato besluit hij, op blote voeten, de frontlinie over te steken en naar het vijandelijk kamp te lopen. Daar aangekomen worden ze gearresteerd door de wachters van de sultan die helemaal in verwarring zijn door de komst van de twee monniken. Wat willen ze? Zijn ze hier voor het vredesvoorstel dat de sultan had geopperd? Of willen ze zich bekeren tot de islam?
Franciscus laat weten dat hij komt om met de sultan te spreken, en wordt daarop bij hem gebracht. Wat er precies met de sultan is besproken is niet bekend. Legende en geschiedschrijving zijn hier moeilijk van elkaar te onderscheiden. Zo zijn er verhalen dat Franciscus enkele dagen bij de sultan verblijft, en daar lange gesprekken met hem voert over geloof en God. Franciscus zou geprobeerd hebben de sultan op een respectvolle manier te overtuigen van de waarheid van het christelijk geloof. De sultan wijst de ideeën van Franciscus af, maar in hun ontmoeting delen de twee mannen in alle vrijheid hun gedachten over geloof, gebed en spiritualiteit, en tonen wederzijds respect ondanks hun diepgaande verschillen. Na enkele dagen keert Franciscus terug naar het kruisvaarderskamp, vervuld van de nieuwe ideeën die hij heeft opgedaan.
De invloed
Op het eerste gezicht lijkt de ontmoeting met de sultan niets in gang te hebben gezet. De kruisvaarders weigeren opnieuw naar Franciscus te luisteren en vallen de stad binnen, met vele doden tot gevolg. Toch zijn er wel aanwijzingen dat het gesprek iets heeft veranderd - Franciscus keerde levend terug, wat op zich al uitzonderlijk was. Bovendien toonde de sultan later barmhartigheid aan de kruisvaarders toen hij hen in de woestijn versloeg. Tijdens hun aftocht kregen de uitgeputte en hongerige soldaten van hem brood en een veilige doortocht. Ook verleende de sultan de christenen het recht om in Jeruzalem de heilige plekken te beheren, en besloot hij in 1229 - in een diplomatiek gebaar - Jeruzalem, Nazareth en Betlehem af te staan aan keizer Frederik II.
Ook Franciscus is geraakt door de ontmoeting. Anderhalf jaar na zijn thuiskomst uit Egypte schrijft hij in zijn regel (een handboek met richtlijnen voor het leven), de Regula non Bullata, specifiek over de noodzaak voor ontmoeting met moslims:
“Daarom mag iedere broeder, die op ingeving van God onder de Saracenen of andere ongelovigen wil leven, gaan met verlof van zijn minister en dienaar. En de minister moet hun verlof geven en mag zich niet verzetten.”
Franciscus roept christenen op om door hun aanwezigheid, nederigheid en vrede een getuigenis te zijn. Hij gelooft dat elk mens geschapen is naar het imago Dei, het beeld van God, en dat een ontmoeting met de ander daarom ook een ontmoeting met God kan zijn.
Paus Franciscus
In de eeuwen na Franciscus’ dood inspireerde dit verhaal veel christenen om in gesprek te gaan met andersgelovigen. Franciscaanse monniken bezoeken vaak moskeeën en in sommige landen ondernemen ze zelfs pelgrimages samen. Ook Paus Franciscus benoemt het verhaal tijdens een bezoek aan de Verenigde Arabische Emiraten in 2019:
“In dit 800ste jubileumjaar van de ontmoeting van de Heilige Franciscus met sultan Malek Al-Kamil, heb ik de gelegenheid verwelkomd om naar hier te komen als een gelovige verlangend naar vrede, als een broeder zoekend naar vrede met zijn broeders. We zijn hier om naar vrede te verlangen, om vrede te promoten, om instrumenten van vrede te zijn.”
Het verschil springt in het oog: de agressieve taal van Paus Urbanus II tegenover de verbindende woorden van Paus Franciscus. Nu religie nog steeds wordt gebruikt om muren op te trekken en oorlog te rechtvaardigen, herinnert de vredestichter Franciscus van Assisi ons eraan dat je standvastig kunt blijven in je eigen overtuiging, en toch met een open houding het gesprek kunt aangaan met mensen met een andere overtuiging.
Literatuurverwijzing:
Hoeberichts, J. (2012). Franciscus en de sultan: Een ontmoeting tussen geloof en geweld. Nijmegen: Valkhof Pers.
KU Leuven. (2019, 1 juni). Franciscus en de sultan, 800 jaar ontmoeting. https://www.kuleuven.be/thomas/page/franciscus-en-de-sultan/#282901
De Ongelooflijke gaat weer live! Maandagavond 8 december zijn we in de Goudse Schouwburg. Zien we je daar? Bestel tickets via eo.nl/ongelooflijke
Meer leren over onze wereld en cultuur – door geschiedenis, kunst en geloof? Abonneer je op De Ongelooflijke Substack en ontvang twee keer per week een nieuw artikel in je mail. De artikelen blijven gratis, wel kan je vriend van De Ongelooflijke worden om ons werk te steunen.







Wat een prachtige geschiedenis, juist in deze tijd. Laten we om te beginnen vriendelijk naar elkaar kijken dan komt het gesprek er ook.
Yvonne
Toevallig ben ik pas naar een concert geweest met dezelfde titel. Het werd uitgevoerd door Holland Baroque uit Nederland en Constantinople uit Canada. Een concert van verbinding. Erg mooi.
Ook dat Deus Vult uit het artikel ben ik tegengekomen als tatoeage op de arm van Peter Hegseth, de Amerikaanse minister van defensie. Het tegendeel van verbinding.