De verborgen schat die echt geluk geeft
Paul Schenderling kraakt het materialistische wereldbeeld
Hoe ziet een toekomst eruit waarin de mens werkelijk tot bloei komt? Niet technologisch geavanceerder, rijker of comfortabeler, maar vreugdevoller? In dit essay stelt econoom Paul Schenderling dat de moderne zoektocht naar geluk ons vaak verder van echte vervulling afbrengt en dat de sleutel tot een vreugdevoller leven verborgen ligt in bronnen die onze cultuur grotendeels uit het oog is verloren.
In De Ongelooflijke Podcast aflevering #308 spreken we Paul Schenderling naar aanleiding van dit essay.
Hoe tekenen we de toekomst? Het cliché, dat al zeker een eeuw teruggaat, is dat Westerlingen een stad met vliegende auto’s zouden tekenen. Als je naar de dromen kijkt van de klasse waartegen we opkijken, ondernemers, dan lijkt er niet veel veranderd. Zij dromen van zelfrijdende auto’s, breinuploadcentra en humanoïden (robotassistenten met de vorm van een mens).
Hoe zou jij de toekomst tekenen? Staan daarin mensen centraal of technologie of de natuur? Is het een hypermodern plaatje of een tijdloos plaatje? Ons antwoord op die vraag zegt veel over onze verlangens. De toekomst is immers het domein waar onze diepere verlangens vervuld kunnen worden, de tijd waarop we hopen.
Ik houd me al jaren intensief bezig met de vraag hoe we in de toekomst vreugdevoller kunnen leven binnen de draagkracht van mens en aarde. Wat me misschien wel het meest verbaast, is de neiging van veel mensen om hun geluk te zoeken in meer spullen, meer comfort, meer unieke ervaringen, kortom: meer consumptie.1
Die menselijke neiging roept allerlei tegenwerpingen in me op, maar ze zijn niet allemaal even sterk. Bijvoorbeeld: weten mensen dan niet dat vanaf een redelijk gemiddeld inkomensniveau (van zo’n € 20.000,- per persoon per jaar) meer consumptie nauwelijks gelukkiger maakt?2 Weten we niet dat het zelfs contraproductief werkt, omdat consumentisme bijdraagt aan de afbrokkeling van gemeenschappen en aan de vernietiging van het milieu? En dat het uiteindelijk een gevoel van leegte creëert in mensen zelf? Maar het probleem zit niet in ons hoofd: hoewel wat meer bewustwording zeker geen kwaad kan, zullen de meeste mensen dit wel ongeveer weten.
Komt het dan misschien doordat we massaal verslaafd zijn geraakt aan de heerlijke dopamineshotjes van nieuwe spullen en andere prikkels? Daar zit zeker wat in, maar je kunt er niet alles aan ophangen. Want de meeste mensen kunnen het prima opbrengen om een gewoonte te veranderen als dat beter voor ze is. Bijvoorbeeld meer bewegen, op tijd naar bed gaan, voorlezen aan kinderen, enzovoort. Waarom lukt het dan zo weinig mensen om minder te consumeren?
Er is een verborgen schat, eentje die je welvaart kost, maar die je méér geluk geeft dan materiële rijkdom.
Daarom ben ik nog eens flink dieper in dit raadsel gedoken. Dit is mijn eerste bevinding: mensen doen alleen afstand van een geluksbron als er een grotere geluksbron tegenover staat. Mijn tweede bevinding is: er is een verborgen schat, eentje die je welvaart kost, maar die je méér geluk geeft dan materiële rijkdom.
Ik geef toe: de tweede bevinding klinkt onwaarschijnlijk. Want de wereldeconomie biedt aan rijke mensen, onder wie veruit de meeste Nederlanders, ontegenzeggelijk de meest geavanceerde materiële geluksbronnen die er bestaan: van gadgets tot vakanties, en van woongenot tot allerlei entertainment. Hoe kan een bewuste keuze voor minder materiële geluksbronnen uiteindelijk meer geluk opleveren? Toch wil ik precies dít betogen.
Want ik denk dat we bij onze jacht naar geluk een groot, verborgen domein over het hoofd zien: het immateriële. Een gigantisch probleem hierbij is dat we in onze cultuur nauwelijks meer begrip hebben van het immateriële. Onze cultuur heeft namelijk niet alleen een materialistische levensstijl maar ook een materialistisch wereldbeeld. Dat is de opvatting dat de wereld, inclusief mensen, alleen uit materie – fysieke deeltjes – zou bestaan.
En ons bewustzijn dan, waarmee we onder andere geluksgevoelens ervaren? Dat zou gegenereerd worden door ons brein. Dat betekent dat ons levensgeluk ook een product is van ons brein en dus uit onszelf moet komen. Plastisch gezegd: we moeten zo leven dat ons brein de juiste stofjes en bewustzijnstoestanden aanmaakt waardoor we ons gelukkig voelen.
We hebben geen flauw benul van immateriële geluksbronnen
Dit wereldbeeld is volgens mij fundamenteel onjuist. Daardoor hebben we in onze cultuur geen flauw benul meer van immateriële geluksbronnen, die zo groot zijn, dat ik er een apart woord voor wil gebruiken: vreugdebronnen.
In tegenstelling tot materieel geluk leidt vreugde niet tot een gevoel van leegte, maar tot vervulling. Anders gezegd: vreugde is iets waar we vol van zijn en vol van blijven. Ze versmalt ons leven niet tot consumptie en maakt ons niet passief, maar ze activeert ons en verbreedt ons leven tot het goede leven, in al zijn facetten.
Een ander groot verschil is dat vreugde zich niet laat afdwingen. Verderop in dit essay zullen we zien dat dit komt doordat het immateriële van buiten komt: spontaan, vaak onverwacht. We kunnen er alleen voor openstaan. Daardoor blijft het immateriële altijd tot op zekere hoogte een mysterie. Het laat zich niet vangen in definities, laat staan producten. Toch kun je vreugde wel degelijk herkennen, omdat vreugde zo echt, diep en bestendig is.
Onlangs werd ik getroffen door een toekomstvisioen van de Bijbelse profeet Zacharia. Het ontroerde me, omdat deze dichtregel een dieper verlangen in me wekt:
Op die dag, spreekt de HEER van de hemelse machten,
zal ieder zijn naaste uitnodigen
onder de wijnstok en onder de vijgenboom.
(Zacharia 3:10)
Het zijn slechts enkele woorden, maar ze roepen een wereld van verbeelding op. Een wereld van vrede, waar fouten uit het verleden zijn vergeven. Een wereld van verbondenheid, waar mensen samen eten. Een wereld van waardigheid, waar ieder de mogelijkheid heeft om een ander uit te nodigen. Een wereld van rust na vervullende arbeid. Een wereld van bloeiende wijnranken en vijgenbomen die goed eten en drinken voortbrengen. Kortom, een vreugdevolle wereld.
Wat ook opvalt aan deze visie is de eenvoud die eruit spreekt. Blijkbaar kent een vreugdevol leven maar weinig materiële benodigdheden. Eén eenvoudig werkwoord – uitnodigen – staat centraal. Wat we hebben is in dit toekomstbeeld ondergeschikt aan wat we doen en aan wie we zijn, of eigenlijk: aan wat we sámen doen en wie we sámen zijn. We zullen straks zien dat we af moeten van een focus op hebben om de weg naar het goede leven te ontsluiten.
Hoe vinden we ruimte voor het immateriële in ons wereldbeeld?
Maar voordat we verkennen hoe we ruimte scheppen voor vreugde, moeten we eerst op zoek naar een nieuw mens- en wereldbeeld. Want een materialistisch wereldbeeld sluit ons op in onszelf en in een houding van hebben in plaats van zijn: spullen hebben, status hebben, ervaringen hebben, mogelijkheden hebben, enzovoort.
Hoewel het materiële wereldbeeld dominant is in onze cultuur, blijkt het niet plausibel te zijn. Dit wereldbeeld is in de twintigste eeuw vooral populair geworden omdat het ons losmaakt van verplichtingen. Een wereld die bestaat uit deeltjes die geregeerd worden door blinde, onpersoonlijke natuurwetten is namelijk betekenisloos. En in een betekenisloze wereld zijn er geen verplichtingen. De twintigste-eeuwse schrijver Aldous Huxley is opvallend eerlijk over zijn motieven om dit wereldbeeld aan te hangen. In 1937 schreef hij:3
“For myself, as, no doubt, for most of my contemporaries, the philosophy of meaninglessness was essentially an instrument of liberation. The liberation we desired was simultaneously liberation from a certain political and economic system and liberation from a certain system of morality. We objected to the morality because it interfered with our sexual freedom; we objected to the political and economic system because it was unjust. The supporters of these systems claimed that in some way they embodied the meaning (a Christian meaning, they insisted) of the world. There was one admirably simple method of confuting these people and at the same time justifying ourselves in our political and erotic revolt: we could deny that the world had any meaning whatsoever.”
Huxley is later in zijn leven op zijn materialistische, betekenisloze wereldbeeld teruggekomen en schreef daar bijzondere boeken over.4 Maar voor ons en onze tijdgenoten is er vaak geen weg terug meer, omdat onze cultuur doordrenkt is van materialisme. Maar, zoals gezegd: dat wereldbeeld is niet plausibel.
Om dat te begrijpen, moeten we terug naar het bewustzijn. Het blijkt namelijk dat heel veel wetenschappers en filosofen hun tanden hebben stukgebeten op de vraag hoe bewustzijn verklaard kan worden uit materie. Er moet dan namelijk een plausibel, fysiek mechanisme in het brein worden gevonden dat bewustzijn produceert. Er is nog geen bevredigend wetenschappelijk antwoord op die vraag. Vandaar dat dit vraagstuk in de literatuur “the hard problem of consciousness” wordt genoemd.5
Het werk van William James (1842-1910), de grondlegger van de moderne psychologie, die veel onderzoek heeft gedaan naar bewustzijn, maakt inzichtelijk waaróm het probleem van bewustzijn zo moeilijk uit materie te verklaren is. Bewustzijn, zo illustreert James in zijn boeken met vele voorbeelden, is een eenheidservaring: in ons bewustzijn komt op elk moment een wereld aan ervaringen samen: zintuiglijke ervaringen, associaties, herinneringen, verwachtingen, gevoelens, enzovoort.6 James, die zijn carrière begon als fysioloog, concludeerde dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat fysieke deeltjes die, zoals het woord ‘deeltjes’ al uitdrukt, gescheiden zijn van elkaar, eenheidservaringen zoals het bewustzijn produceren. Aangezien het “harde probleem van bewustzijn” nog steeds bestaat, komt de alternatieve opvatting van James in onze tijd weer in zwang.
Zo herken je immateriële ervaringen
Die alternatieve opvatting is dat het brein bewustzijn niet produceert, maar filtert. Onderdeel van deze opvatting is de logische gedachte dat bewustzijn van een andere orde (in filosofische termen: een andere ontologische categorie) is dan fysische processen. In deze opvatting krijgt het immateriële aspect van de mens, de geest, weer een plaats naast het materiële aspect, het lichaam.7
Neem bijvoorbeeld een trompet in gedachten. Het materiaal van de trompet, de stand van de ventielen, hoe warm of koud het instrument is: het is allemaal van invloed op de tonen die de trompet maakt. Toch is het niet de trompet zelf die de tonen voortbrengt, maar de lucht die iemand van buitenaf door de trompet blaast. Zo is ook de verhouding lichaam en geest: de geest is de lucht – de levensadem – het brein en de rest van ons lichaam zijn het instrument.
Ontroering, verontwaardiging en vreugde maken ons attent op het immateriële, oftewel geestelijke, aspect van de werkelijkheid.
Door te letten op je gevoelsleven kun je dit zelf ervaren. Ervaringen die écht ontroerend zijn, ervaringen die ons kippenvel geven, raken ons plotseling en spontaan. In uitzonderlijke gevallen zeggen we dat we in vervoering worden gebracht. Woorden als ‘ontroering’ en ‘vervoering’ drukken uit dat niet wijzelf, maar iets buiten onszelf ons in beweging brengt. Hetzelfde geldt voor verontwaardiging, bijvoorbeeld als we worden geraakt door onrecht. En het geldt zeker ook voor vreugde, bijvoorbeeld de vreugde van harmonie tussen mensen, waar je hart een sprongetje van maakt. Ontroering, verontwaardiging en vreugde maken ons attent op het immateriële, oftewel geestelijke, aspect van de werkelijkheid.
Geestelijke ervaringen hebben dus een oorsprong buiten ons lichaam. Er bestaat blijkbaar een onzichtbare, geestelijke wereld die invloed op ons uitoefent. Niet voor niets spreken we over ‘de tijdgeest’ en ‘de kracht van ideeën’ om aan te duiden dat er allerlei ideeën rondgaan die mensen beïnvloeden. De Bijbelse apostel Paulus, naar wie ik genoemd ben, noemt dit ‘machten’. Het is belangrijk dat we hier in onze zoektocht naar vreugde rekening mee houden, want ook in de geestelijke wereld is het niet alleen pais en vree.
Waakzaamheid is daarom geboden, maar paniek is niet nodig. Volgens de theoloog Hendrikus Berkhof (1914-1995) spreekt Paulus namelijk, zeker voor zijn tijd, opvallend nuchter over de machten. De machten die hij noemt zijn leven en dood, de staat en de filosofie, de publieke opinie en de wet, de cultuur en de traditie. Deze machten zijn volgens Paulus door God geschapen om het leven van mensen een veilige bedding te geven en te beschermen tegen chaos.8
Maar door de zondeval zijn deze machten gecorrumpeerd geraakt. In plaats van ons te leiden naar het goede leven leiden ze ons naar “duizendvoudige slavernij”, zoals Berkhof het uitdrukte. Want je kunt het zo gek niet bedenken, of mensen worden eraan verslaafd gemaakt, ook in onze tijd. In een eerder essay voor de Ongelooflijke Substack beschreef ik hoe status, carrière, luxe en sociale media grote delen van onze tijd opslokken, waardoor de tijd die we besteden aan sociale contacten substantieel is afgenomen. Dit verzwakt gemeenschappen en creëert een gevoel van leegte bij mensen. Als we verslaafd worden gemaakt is leven niet meer het doel, laat staan het goede leven, maar het vergroten van de macht van de machtigen van deze wereld.
De twee centrale uitdagingen
Kortom, door oog te krijgen voor het immateriële opent zich een complete, voor velen nieuwe wereld. Een wereld waarin een schitterende toekomstvisie van vrede, waardigheid, verbondenheid, rust en vreugde mogelijk is. Maar ook een wereld waarin machten aan het werk zijn die ons tot slaaf willen maken om hun eigen macht te vergroten. Ik leerde hiervan om niet naïef te zijn: als we willen leven volgens een vreugdevolle visie, dan hebben we bevrijding nodig, individueel en collectief.
Die bevrijding vraagt twee grote keuzes van ons. Die keuzes vergen bovendien voortdurende inspanning, net zoals een sport beoefenen om training vraagt. De eerste grote uitdaging is niet hebben. De tweede grote uitdaging is leven in wederzijdse afhankelijkheid. Deze twee keuzes zijn geen doelen op zich: ze scheppen vrijheid voor het werkelijke doel. De eerste keuze schept innerlijke vrijheid. De tweede keuze schept sociale vrijheid. Het doel van innerlijke en sociale vrijheid is: liefde. En waar liefde is, is vreugde. Die vreugde overtreft materieel geluk verre en geeft je een gevoel van bestemming, waardoor je de inspanningen die nodig zijn volhoudt.
Ben je nieuwsgierig geworden? In de rest van het essay doe ik een poging om dit moeilijk te verwoorden proces te omschrijven (‘essayer’ betekent namelijk proberen). Weet dat als je er écht meer van wilt weten, je het in praktijk moet brengen. Want vreugde moet je proeven, niet uit een kookboek halen.
De eerste uitdaging: van moeten naar ont-moeten
De eerste uitdaging is dus: niet hebben. Niet hebben, vroeger ook wel ‘niet begeren’ genoemd, is een oude levenswijsheid, die je aantreft in het Jodendom, het christendom, het Boeddhisme en andere levensbeschouwingen. De psychoanalyticus Erich Fromm (1900-1980) vatte in zijn boek To Have or To Be de levenswijsheid van niet begeren als volgt samen: niet hebben en niet gericht zijn op hebben. Deze twee aspecten versterken elkaar: door minder te hebben, raken we minder gericht op hebben, waardoor we makkelijker afstand doen van wat we over hebben, enzovoort.
Je hoeft absoluut geen ingewikkelde psychologische technieken te beheersen, laat staan psychoanalyticus te zijn, om dit te kunnen. Want het proces begint niet met roeren in je eigen psyche maar met dóen, specifiek: je tijd anders besteden.
Fromm, die van joodse komaf was, baseerde dit op het Joodse gebod van de sabbat. Sabbat is tijd die vrij is van moeten, zodat er tijd ontstaat voor het omgekeerde van moeten: God en je medemens ont-moeten. Je kunt dit zelf toepassen door in je dagelijks leven tijd vrij te maken van elke vorm van hebben – werken, spullen kopen of onderhouden, je status verhogen, kennis of ervaringen opdoen, afleiding zoeken, enzovoort.
Besteed de tijd die je vrijmaakt vervolgens niet zelf, of in ieder geval niet volledig. Want dan heb jij nog steeds de controle en kom je onvoldoende los van de gerichtheid op hebben. Probeer daarom in de tijd die je vrijmaakt ontvankelijk te zijn, in het bijzonder voor spontane ontmoetingen met God of met je medemens. Bijvoorbeeld door de stilte te zoeken of juist door andere mensen op te zoeken. Het gaat hierbij in de kern om aandacht, onverdeelde aandacht voor elkaar. Je aandacht kan ook uitgaan naar kunst, een creatief proces of de natuur.
Zelf probeer ik dit vorm te geven door gewone tijd duidelijk te scheiden van vrijheidstijd, oftewel tijd waarin ik probeer werkelijk vrij te zijn. Ik leef grosso modo vier dagen per week volgens een strak schema waarin er van alles ‘moet’. De drie andere dagen probeer ik veel ongedwongener te leven: met weinig verplichtingen, weinig consumptie en weinig smartphonegebruik. Natuurlijk zijn er ook in die dagen klusjes, variërend van boodschappen doen tot de kinderen halen/brengen tot een fiets repareren, maar het mogen geen klussen zijn die al mijn aandacht opeisen of spontane ontmoetingen in de weg zitten. En ze mogen niet op een zondag vallen, zodat er iedere week minstens één volledig vrije dag is. En als ik merk dat klusjes zich opstapelen, dan probeer ik activiteiten of bezittingen die te veel aandacht opeisen te schrappen.
Als je dit proces in gang zet, kom je vanzelf tot een andere geestelijke gerichtheid. Je komt er namelijk geleidelijk achter dat een gerichtheid op hebben materiële geluksbronnen oplevert die oppervlakkig en tijdelijk zijn, terwijl aandachtig leven relaties schept die betekenisvol en bestendig zijn. Door je tijd daaraan te besteden, gaat je verlangen zich daar steeds meer op richten.9 Zo krijgen de machten steeds minder vat op je, en raak je innerlijk vrij.
De tweede uitdaging: wederzijdse relaties bouwen
De tweede uitdaging ligt in het verlengde van de eerste. We hebben eerst de camera in de juiste richting gedraaid en nu gaan we de camera scherpstellen. Waar de eerste uitdaging zich richt op een verschuiving van focus van hebben naar zijn, verscherpt de tweede uitdaging de focus van zijn naar sámen zijn. Want hoewel relaties betekenisvol en bestendig kunnen zijn, geldt dit helaas niet voor alle relaties: de manier van relaties aangaan en onderhouden doet ertoe.
Net als ons innerlijk gaan veel relaties gebukt onder machten. Vaak letterlijk: doordat de een macht uitoefent over de ander zijn veel relaties in meer of mindere mate onvrij. Sommige relaties worden vertroebeld door politieke machtsuitoefening. Andere relaties worden door de invloed van geld transactioneel. Weer andere relaties blijken te draaien om status. Al deze relaties zijn uiteindelijk gericht op hebben: de relatie met de ander, in het ergste geval de ander zelf, is een middel om zelf beter van te worden. Maar échte relaties zijn vrij, wederzijds, en gericht op de ander. Het vergt, net als bij innerlijke vrijheid, inspanningen om relaties uit de gerichtheid op hebben te duwen en in het domein van de vrijheid, in dit geval sociale vrijheid, te trekken.
Ook hier is de sabbat relevant: er is in het gebod namelijk pas sprake van sabbat als álle mensen en dieren delen in de vrijheid en de rust die de sabbat schept.10
Het sabbatsjaar, eens in de zeven jaar, gaat nog een stap verder: dan worden in de gemeenschap alle schulden kwijtgescholden en ligt het land een jaar braak.11Met andere woorden: dan perkt de gemeenschap de rol van macht, geld en status in en krijgt ook de rest van de natuur rust.
Bij de overtreffende trap van het sabbatsjaar, het jubeljaar, eens in de negenenveertig jaar, wordt het land herverdeeld en ligt het land twee jaar braak.12 De gemeenschap breekt vermogensconcentraties die zijn ontstaan radicaal af en laat haar macht over de natuur radicaal los.
Een manier om vandaag de dag recht te doen aan het radicale sociale en ecologische aspect van de sabbat is door te leven van genoeg. Leven van genoeg betekent allereerst leven binnen de draagkracht van één aardbol, zodat de aarde en al het leven dat daarvan afhankelijk is de ruimte krijgt. Er zijn verschillende praktische tools beschikbaar om jou daarbij te helpen.13
Leven van genoeg betekent ook niet meer kopen dan je nodig hebt en niet meer vermogen opbouwen dan je in een mensenleven nodig hebt.14 Bezien vanuit de bril van sociale vrijheid betekent dit: niet met behulp van geld macht proberen uit te oefenen over anderen.
Ten derde betekent leven van genoeg in actie komen voor genoeg voor iederéén, bijvoorbeeld door je in te zetten voor leefbare lonen of armoedebestrijding, dichtbij of ver weg.
Het belang van langetermijncommitments
De stappen van leven van genoeg zijn onderdeel van het herstellende werk van rechtvaardigheid, om relaties die door de invloed van de machten scheef zijn geworden weer vrij en gelijkwaardig te maken. Toch is dit nog maar het begin. De mogelijkheid die nu ontstaat is om deel te nemen aan gemeenschappen. Dat vraagt om trouw en toewijding in relaties. Het gaat om openstaan voor de concrete, tastbare noden van anderen en voor het beroep dat God op je doet. En vice versa: God en anderen nodig hebben. Het gaat, kortom, om leven in wederzijdse afhankelijkheid.
Veel mensen zijn vandaag de dag niet meer bereid om langetermijncommitments aan te gaan. Of ze schrikken terug voor het aspect van wederzijdse afhankelijkheid. Dat is jammer, want zonder langetermijncommitments geen gemeenschappen en zonder gemeenschappen geen vreugde.
Want je committeren aan gemeenschappen betekent dat je er volledig bij hoort én dat jouw bijdrage en talent ertoe doen. En dat geeft veel voldoening. De voldoening van samen recht doen is nauwelijks onder woorden te brengen, zo mooi! Een stukje van de oorspronkelijke harmonie in de schepping zien herstellen en de ander en jezelf in het gemeenschapswerk zien opbloeien, is iets prachtigs. Die voldoening maakt dat deelname aan gemeenschappen paradoxaal genoeg lang niet altijd als een verplichting voelt. Sterker nog, je proeft in relaties soms een geheim dat je ontroert en in beweging brengt, zonder dat je het kunt uitdrukken.
Een mysterie én ongelooflijk praktisch
Precies dat geheim is de kern van het hele gebeuren en het doel van alle eerder beschreven inspanningen, namelijk: om de geest van liefde te laten waaien in je leven en in de samenleving. De Bijbel spreekt in dit verband over vervulling door de Heilige Geest. De Geest komt van God, want God ís liefde.15 Misschien voelt het voor jou onwennig om over God of de Heilige Geest te spreken. Maar het voelt hopelijk niet onwennig om over de geest van liefde te spreken en om deze toe te laten in je leven.
De geest van liefde is als de lucht die door de trompet gaat: hij vindt zijn oorsprong in het geestelijke domein maar werkt door in het aardse domein, met mensen als instrument. De geest van liefde toelaten in je leven is daarom én een mysterie dat alle verstand te boven gaat én ongelooflijk praktisch. Ik stel daarom voor om te spreken over handelende liefde.
Misschien is een tweede vergelijking behulpzaam, de metafoor van de wortel. Een wortel haalt zijn voeding uit de bodem – de onzichtbare inspiratiebron – en geeft het door aan de plant – de zichtbare gemeenschap. Wij zijn die wortels.
In veel religies is onze verworteling aards: de voeding komt uit Moeder Aarde, uit een bepaalde cultuur, uit onszelf, enzovoort. De Bijbel draait het om: onze wortels halen hun voeding uit de hemel – het geestelijke domein – en geven het door op aarde: zoals in de hemel, zo ook op de aarde.16 Zo krijgt liefde op aarde handen en voeten, vandaar handelende liefde.
Het gaat hierbij om een drievoudige relatie: de relatie tussen jou en de onzichtbare inspiratiebron (God), de relatie tussen jou en de gemeenschap, en de relatie tussen God en de gemeenschap, waar God en mensen samen aan werken.
Liefde is doen
Al met al is het hele proces dat ik beschreven heb een proces van loslaten. Niet hebben maar aandachtig zijn, niet macht uitoefenen maar wederzijds afhankelijk zijn, want alleen dán ben je in staat om liefde te ontvangen en door te geven.
Geven kan best moeilijk zijn, maar ontvangen is misschien nog wel moeilijker. Voor mij geldt dat in ieder geval wel: iets aannemen van de ander, met en zonder hoofdletter, voelt soms heel ongemakkelijk. Maar toch wil ik me erin oefenen, omdat de vreugde die deze manier van leven brengt zo groot is. De vreugde is zelfs zo groot, dat je zonder al die spullen kunt, zonder die constante stroom genot en comfort, zonder al die aardse zekerheden.
Ik realiseer me dat het loslaten van materiële geluksbronnen opgevat kan worden als een afwijzing van het materiële. Toch is dat niet wat deze levensvisie inhoudt en ook niet hoe ik het zelf ervaar. Het is juist een visie op hoe we, vanuit het immateriële, het materiële opnieuw en op een hogere manier kunnen waarderen. Herlees de dichtregels van Zacharia maar:
Op die dag, spreekt de HEER van de hemelse machten,
zal ieder zijn naaste uitnodigen
onder de wijnstok en onder de vijgenboom.
(Zacharia 3:10)
De concrete, aardse werkelijkheid komt in deze visie dankzij de geest van liefde die erin doorwerkt volledig tot zijn recht. Want de liefde zorgt ervoor dat het ene aspect van de werkelijkheid niet ten koste gaat van het andere aspect van de werkelijkheid, maar dat beide tot bloei komen. Net zoals de liefde voor de een niet ten koste gaat van de ander, maar beiden tot hun bestemming laat komen.
Handelende liefde is zo wonderlijk dat ik er gerust langer over zou kunnen schrijven. Maar het voelt ongepast om er nog meer proza aan te wijden. Mijn naamgenoot Paulus vond dat ook; hij schreef daarom een lofzang op de liefde.17 Liefde is immers poëzie. Tijdens het schrijven van dit essay kwamen de volgende dichtregels bij mij naar boven. Het zijn zinnen waarmee ik wil uitdrukken waarom de weg van liefde volgens mij het antwoord is op het probleem dat ik in dit essay aankaartte, namelijk dat we vervulling blijven zoeken in meer consumptie, terwijl we mensen, de aarde en onszelf uitputten. Liefde is de immateriële bron die ons op het spoor zet van een leven in harmonie met mensen en met de aarde en die ons bovendien méér vreugde geeft dan welke andere geluksbron dan ook! En vergeet niet: liefde is dóen.
Liefde is het antwoord op alle vragen: Waarom is er iets en niet niets? Wat is de zin van het leven? Wat ontstijgt de tijd? Liefde is de oorsprong. Liefde is de zin. Liefde is het doel. Liefde is de grondtoon van alle waarden: vrede, rechtvaardigheid, vrijheid, waarachtigheid, vreugde. Vrede is vergevende liefde. Rechtvaardigheid is corrigerende liefde. Vrijheid is creatieve liefde. Waarachtigheid is trouwe liefde. Vreugde is de vrucht van liefde. Liefde is een helper in alle omstandigheden: onbaatzuchtig, krachtig, geduldig, vindingrijk. Liefde geeft zichzelf weg voor de ander. Liefde schept gemeenschappen. Liefde waardeert verschil en brengt eenheid in verscheidenheid. Liefde overwint het kwade. Liefde geeft hoop, tegen de klippen op. Liefde maakt heel wat gebroken is. Liefde geeft vervulling en vindt leven: overal en altijd.
Paul Schenderling is econoom en schrijver. Zijn meest recente boek is Continent van de Kwaliteit. In De Ongelooflijke Podcast en de podcast Leven na de groei bespreekt hij hoe we vreugdevoller kunnen leven binnen de draagkracht van mens en aarde.
Meer leren over onze wereld en cultuur – door geschiedenis, kunst en geloof? Abonneer je op De Ongelooflijke Substack en ontvang iedere week nieuwe artikelen in je mail. De artikelen blijven gratis, wel kan je vriend van De Ongelooflijke worden om ons werk te steunen.
Deze probleemstelling komt helder aan bod in deze aflevering van de podcast Leven na de groei met topeconoom en bestsellerauteur Tim Jackson.
Tot een inkomen van zo’n € 20.000,- per persoon per jaar is er sterke correlatie tussen inkomen en geluk, vanaf dat niveau is de correlatie veel zwakker. Zie o.a. Frey, B. & A. Stutzer (2001), Happiness and Economics: How the Economy and Institutions Affect Human Well-Being.
Huxley, A. (1937), Ends and Means: An Inquiry into the Nature of Ideals, p. 237.
Bijvoorbeeld zijn boek The Perennial Philosophy, over de grote mystici.
Chalmers, D. (2017), ‘The Hard Problem of Consciousness’. In: The Blackwell Companion to Consciousness (red. S. Schneider & M. Velmans). Zie ook de gesprekken in De Ongelooflijke Podcast met neurowetenschapper André Aleman en Jacob Jolij.
Zie onder andere zijn standaardwerk The Principles of Psychology of de verkorte versie daarvan Psychology, The Briefer Course.
Dit impliceert dat het niet zo hoeft te zijn dat als ons lichaam sterft, ons bewustzijn ook sterft. Vandaar de titel van een van de boeken van James: De onsterfelijkheid van het bewustzijn. Maar die implicatie laat ik hier bewust even liggen.
Berkhof wijst er namelijk op dat Paulus spreekt over de machten als ‘voogden en toezichthouders’ (Galaten 4).
In de woorden van Jezus: “Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.” (Matteüs 6:19-21)
Exodus 20:8-11.
Deuteronomium 15:1-6 en Leviticus 25:1-7.
Leviticus 25:8-16.
Zie bijvoorbeeld de Mijn Verborgen Impact-tool van Babette Porcelijn.
Zie voor een concrete omschrijving ons boek Hoe handel ik eerlijk.
1 Johannes 4:7-8.
Zoals verwoord in het Onze Vader (Matteüs 6:10).
De beroemde dichtregels van 1 Korinthe 13.







Het essay doet sterk denken aan Augustinus:
“Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.”
Interessant essay dat op dit moment sterk resoneert bij mij. Ik heb in de afgelopen maanden besloten te stoppen met werken en een theologische studie te gaan doen. Dat confronteerde me inderdaad met de tegenstelling materie (met name hoeveel geld ik nodig denk te hebben) en immaterie (ik verlang naar zinvolle momenten samen tijdens studie en daarna).
Opvallend is dat bijna iedereen zeer positief reageerde, hoe ze ook in het leven staan. Blijkbaar resoneert het breder. Wat ik wel merk is dat velen het duiden als het volgen van je hart (wat op zich waar is) maar als ik vertel dat ik het ook beleef als het gehoorzamen aan mijn God vinden de niet-gelovigen dat wat lastiger. Toch geeft dat laatste mij wel de meeste vreugde, en daarmee de energie om ontvankelijk te blijven.