De geniaalste vrouw van de middeleeuwen
Het verhaal van Hildegard von Bingen
In de twaalfde eeuw, een tijd waarin vrouwen nauwelijks een stem hadden in de wereld van de wetenschap, was er één Benedictijnse non die zich daar niet bij neerlegde: Hildegard von Bingen (1098–1179). Zij doorbrak elke grens: ze schreef theologische meesterwerken, verwierf bekendheid als geneeskundige, correspondeerde met de machtigste leiders van Europa en componeerde zelfs een van de vroegste opera’s. Zij was een fascinerende vrouw, en zoals Beatrice de Graaf aan het einde van aflevering 3 van De Ongelooflijke Geschiedenis opmerkte: “Als mensen Hildegard gaan lezen, dan vind ik dat al winst.” Dit artikel is een aanzet daartoe.
We horen graag wat je van onze Substack vindt. Heb je een paar minuten om onze korte vragenlijst in te vullen? Veel dank alvast!
Jonge Hildegard
Het buitengewone levensverhaal van Hildegard begint al heel jong als zij op haar achtste – of veertiende, de bronnen spreken elkaar soms tegen – door haar moeder wordt meegenomen naar Disibodenberg, een oud Benedictijnenklooster verscholen in de bossen van het Duitse Rijnland. De jonge Hildegard weet al lang dat deze dag zal komen. Haar ouders behoren tot de adel, en als tiende kind staat haar lot vanaf haar geboorte vast: zij moet aan het klooster worden gegeven.
In het klooster komt Hildegard onder de hoede van Jutta von Sponheim, een kluizenares. Von Sponheim is ingesloten in een kluis die tegen de kloosterkerk is gebouwd, en voor de kleine Hildegard betekent dit dat ook zij in deze kluis komt te leven. Ze dient Jutta in alle praktische zaken en moet zich, net als haar meesteres, houden aan de strenge Benedictijnse voorschriften van soberheid en onthouding. Toch biedt dit harde bestaan haar, als vrouw in de middeleeuwen, ook een zeldzame kans: ze ontvangt onderwijs, en daarin blijkt ze buitengewoon begaafd. Binnen in deze kleine kluis wordt het fundament gelegd voor de genialiteit die Hildegard later zal kenmerken.
Von Sponheim onderwijst Hildegard in het Latijn en leert haar alle Psalmen reciteren. Ze krijgt onderwijs in klassieke talen, geneeskunde, plantenkunde, muziek en filosofie. Uit haar latere werken blijkt dat Hildegard in deze jaren enorm veel heeft gelezen en een immense hoeveelheid kennis op heeft gedaan over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ze las de geschriften van Augustinus en Plato, maar ook Griekse en Arabische teksten – boeken die waarschijnlijk door monniken uit het klooster aan haar zijn gegeven. Al deze inzichten absorbeert ze en verweeft ze tot een oeuvre dat tot op de dag van vandaag behoort tot de invloedrijkste oeuvres van de westerse beschaving.
De theologe
Het eerste boek dat Hildegard schreef, werd uiteindelijk ook haar bekendste en invloedrijkste werk: de Liber Scivias. Het is het eerste grote theologische werk van een vrouw dat de kerkelijke traditie erkende.
De titel is afgeleid van de uitdrukking Sci Vias Domini, wat betekent: “Ken de wegen van de Heer.” Het boek bestaat uit drie delen en beschrijft 26 visioenen die Hildegard van God ontving. Deze visioenen zijn een terugkerend en belangrijk thema in al haar werk. Al sinds haar derde levensjaar kreeg zij beelden door van God. Zo schrijft zij zelf:
“In mijn derde levensjaar zag ik zo’n groot licht, dat mijn ziel hevig sidderde, maar, omdat ik nog een kind was, wist ik niets daarover uit te brengen.”
Als kind wist zij niet wat ze met de visioenen aanmoest, en ook toen zij ouder werd bleef Hildegard hierover zwijgen uit angst voor de veroordeling van anderen. Tot ze op haar tweeënveertigste een visioen ontvangt dat alles verandert. In de proloog van de Scivias schrijft zij:
“Het geschiedde in het jaar 1141 van de menswording van Gods Zoon, Jezus Christus, toen ik 42 jaar en 7 maanden oud was, dat een vurig licht van een geweldige schittering tot mij kwam vanuit een geopende hemel. Het doorstroomde mijn hersenen en ontvlamde heel mijn hart en heel mijn borst. Het was geen verterend vuur maar wel verwarmend, zoals de zon met haar stralen iets verwarmt. En plotseling kreeg ik inzicht in de betekenis van de geschriften, namelijk van het psalterium, het evangelie en de andere geschriften van de katholieke Kerk, en van het Oude en Nieuwe Testament.”
Het was een overweldigende ervaring voor Hildegard. In de visioenen onthult God haar de bedoeling van de schepping en de zondeval, en de taak van de Kerk. Door deze beelden openbaart Hij haar ‘geheimen’ – inzichten in de diepe betekenis van de Schrift. Hildegard aanschouwt symbolen zoals het ontstaan van de aarde als een ‘kosmisch ei’, waarbij het universum zich toont als een eivormig geheel van vuur, lucht, water en aarde. Gods stem begeleidt haar door elk beeld en ontvouwt stap voor stap de betekenis van elke metafoor. Hildegard ervaart ze als een directe communicatie met de “Levende Lichtbron” (Lux Vivens): een liefdevolle, scheppende kracht.
God draagt haar op de visioenen op te schrijven. Samen met de monnik Volmar, een trouwe vriend en mentor, documenteert ze de 26 visioenen die ze ontvangt. Hildegard krast haar inzichten op een wastablet, waarop Volmar de teksten overschrijft op perkament. Het wordt een werk van lange adem: tien jaar besteedt ze eraan. De publicatie stelt ze uit – ze vreest dat velen haar werk zullen afkeuren. Pas na aanhoudend aandringen van Volmar waagt ze de stap en stuurt het boek naar de beroemde monnik Bernard van Clairvaux. Die reageert uitermate positief: volgens hem komen de visioenen ongetwijfeld van God.
Uiteindelijk bereikt het boek ook Paus Eugenius III. De paus is zo onder de indruk van haar visioenen dat hij er zelfs in het openbaar uit voorleest: een opmerkelijke erkenning voor het werk van een vrouw in die tijd. Door deze pauselijke goedkeuring raakt het boek bekend bij tal van invloedrijke figuren in de kerkelijke wereld, en bisschoppen, abten en geleerden beginnen Hildegards naam te kennen.
De geneeskundige
In de jaren na de publicatie van de Liber Scivias neemt Hildegards invloed sterk toe. De officiële erkenning door de paus geeft haar het vertrouwen om haar werk op grotere schaal te verspreiden. En ze schrijft niet alleen nieuwe theologische traktaten, maar ook geneeskundige boeken. Ze voelt diep mee met de zieken van haar tijd en streeft ernaar zoveel mogelijk te genezen.
In deze boeken bespreekt ze de geneeskrachtige werking van kruiden en planten en formuleert ze theorieën over het ontstaan van ziekte. Zo ontstaat een ziekte volgens Hildegard door een disbalans tussen lichaam, geest en ziel. Genezing vraagt daarom om het herstellen van de balans: met jezelf, de natuur en met God. Veel van deze ideeën worden tot op de dag van vandaag nog veel gebruikt. Vooral in Duitsland, België, Oostenrijk en Zwitserland passen veel artsen en therapeuten de Hildegardgeneeskunde toe.
Daarnaast was Hildegard ook een pionier op het gebied van seksualiteit. Zo horen we in aflevering 3 van De Ongelooflijke Geschiedenis Beatrice de Graaf vertellen dat Hildegard een van de eersten was die het vrouwelijk orgasme beschreef. Hildegard schreef over vrouwelijke kwalen en vrouwelijke seksualiteit vanuit medisch perspectief, en stelde dat seks “nuttig en bevorderlijk voor de gezondheid” kan zijn.
Viriditas
Een bijzonder theologisch principe dat zowel in de natuurkundige boeken als ook in haar theologische werken terugkomt is het begrip viriditas. Dit kan vertaald worden als ‘groenheid,’ of ‘groenkracht’. Dit begrip, dat de goddelijke levenskracht beschrijft die door de hele schepping stroomt, is de basis van haar mystieke theologie. Het heeft een breed scala aan milieubewegingen geïnspireerd, waaronder christelijke stromingen zoals creation spirituality en eco-theologische richtingen die de verbondenheid tussen spiritualiteit en natuur centraal stellen.
Hildegard beschrijft de viriditas als de levensadem van God die door de hele schepping stroomt en als een kracht die het universum levend en in beweging houdt:
“Het is de kracht van de lente, een kiemende energie, een vruchtbaarheid die van God komt en de hele schepping doordringt.”
Daartegenover staat de ariditas (dorheid, droogheid), die zij beschouwde als ziekte, uitputting en geestelijke vervreemding. Wij moeten daarom ook waakzaam zijn, want we hebben een keuze, zo zegt zij:
“Als wij de groene vitaliteit van onze deugden opgeven en ons overleveren aan de droogte van onze traagheid, zodat het levenssap en de groenkracht van goede daden in ons ontbreken, dan zal de kracht van onze ziel beginnen te vervagen en uit te drogen.”
De groenheid laat zien dat wij, menselijke wezens, volgens Hildegard “medescheppers met God” zijn. Wij hebben de verantwoordelijkheid van God gekregen om de schepping te koesteren en te onderhouden. Als we dit niet doen dan lijdt niet alleen de natuur schade, maar ook onze eigen ziel.
De diplomate
Die dorheid, of het ontbreken van groenheid, is wat Hildegard opmerkte bij de leiders van haar tijd. In de honderden brieven die zij aan abdissen, monniken en bisschoppen schrijft, blijft zij hen aansporen om niet te verdorren, maar ‘vochtig en vruchtbaar’ te blijven.
Daarnaast correspondeert ze ook met keizer Frederik Barbarossa, de heerser van het Heilige Roomse Rijk. Ze stond bekend als ‘de Duitse profetes’ (Prophetissa Teutonica) wat Hildegard het gezag gaf om zelfs de keizer te bekritiseren. Ze wijst hem fel terecht vanwege zijn steun aan tegenpausen, en zijn rol in theologische conflicten. Zo schrijft zij in haar tweede brief aan hem:
“Behoed u ervoor dat de hoogste Koning u niet terneer slaat vanwege de blindheid van uw ogen die niet zuiver zien hoe u de scepter in uw hand moet houden, teneinde op een juiste manier te regeren.”
In totaal heeft ze de keizer vier brieven geschreven, waarbij zij hem er telkens op wijst dat er een grote Machthebber is die de machthebbers op deze aarde zal oordelen. En dat raakt een snaar. Uiteindelijk komt op de laatste brief een antwoord van de keizer met de vraag of Hildegard voor hem wil bidden.
De allereerste opera
En alsof haar politieke, wetenschappelijke en leidinggevende taken nog niet genoeg waren – Hildegard was immers abdis van een vrouwenklooster met tientallen zusters – vond zij ook nog tijd om muziek te componeren. En niet zomaar muziek: haar Ordo Virtutum wordt beschouwd als een van de oudst bewaard gebleven muziektheatervoorstellingen ter wereld en wordt soms zelfs aangeduid als de allereerste opera.
In het stuk wordt een strijd tussen goed en kwaad uitgebeeld. De hoofdfiguur, de Ziel, wordt verleid door de Duivel, maar de Deugden – de zeven christelijke deugden – beschermen haar en brengen haar uiteindelijk terug op het juiste pad. De muziek is volledig in Hildegards kenmerkende stijl: expressief gregoriaans gezang met prachtige melodieën, die vaak een bijna extatische, of trance-achtige, sfeer oproepen. Ook de teksten zijn beeldend en poëtisch, en passen helemaal bij de visioenen die Hildegard ontving. Een bijzonder detail in het stuk is dat de Duivel als enige niet zingt, maar schreeuwt. Hildegard deed dit bewust om te laten zien dat het kwaad niet in staat is harmonie voort te brengen.
Of het nu haar muziek, haar geschriften over geneeskunde of haar theologische werken betreft: Hildegard leefde vanuit het principe van viriditas – de groenheid die alles doordringt – en dit sijpelt door alles wat zij heeft geschreven heen. De visioenen die zij ontving kwamen uit een liefdevolle bron, waardoor Hildegard niet anders kon dan die liefde doorgeven – aan haar zusters in het klooster, de tough love aan de machthebbers, en ook vooral aan de schepping – en daarmee aan haar eigen ziel.
O viriditas digiti Dei
O viriditas digiti Dei
in qua Deus constituit plantationem,
que in excelso resplendet
ut statuta columna
tu gloriosa in preparatione Dei.
Et o altitudo montis, que numquam dissipaberis
in discretione Dei, tu tamen stas a longe ut exul,
sed non est in potestate armati,
qui te rapiat.
Gloria Patri et Filio et Spiritui SanctoO levenskracht van Gods hand,
waarmee God een tuin gemaakt heeft,
je schittert tot in de hemelen,
als een opgerichte zuil,
verheerlijkt door de werken Gods.
En o hoog gebergte, je zult nimmer wankelen onder de beproevingen van God, maar toch sta je daar in de verte, als in ballingschap.
Er is echter geen gewapende macht die je kan neerhalen.
Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Literatuurverwijzing:
Wilbrink, H. (red.). (2020). Zicht op Hildegard: Leven, visioenen, geneeskunst, muziek. Abdij van Berne.
We horen graag wat je van onze Substack vindt. Heb je een paar minuten om onze korte vragenlijst (klik hier) in te vullen? Veel dank alvast!
Meer leren over onze wereld en cultuur – door geschiedenis, kunst en geloof? Abonneer je op De Ongelooflijke Substack en ontvang iedere week nieuwe artikelen in je mail. De artikelen blijven gratis, wel kan je vriend van De Ongelooflijke worden om ons werk te steunen.







Zeer boeiend artikel, vandaag het boek: Zicht op Hildegard gelezen. Prachtig hoe ze de visioenen vertelt en verbeeldt en er zelf muziek over maakt. Aanrader! Dank voor het delen van jullie kennis!