'De dag die muziek voor altijd veranderde'
Beethovens illustere derde symfonie
De derde symfonie van Ludwig van Beethoven, de ‘Eroica’, geldt als een van de meest monumentale werken uit de westerse kunstmuziek. De symfonie markeerde volgens velen het einde van het classicisme en baande de weg voor de romantiek. Het was Beethovens favoriete symfonie, maar de geboorte van de Eroica was omgeven door politieke spanningen en een persoonlijke crisis.
Beethoven versus Napoleon
Nooit eerder, en nooit meer daarna, dacht Beethoven eraan om een van zijn grote werken te verbinden aan een enkel persoon. Tot 1804. Omgeven door een wereld waar vrijheidsidealen opborrelen en monarchieën wankelen, zoeken kunstenaars en schrijvers naar vormen om de tijdgeest te vatten. En voor Beethoven is er een man die dit tijdperk belichaamt: Napoleon Bonaparte. Overtuigd van Napoleons idealen besluit Beethoven dat zijn imposante derde symfonie de naam moet dragen van de Franse generaal.
Maar dan, op 2 december, doet Napoleon iets ongehoords: hij kroont zichzelf tot keizer van Frankrijk. Een schokkende gebeurtenis, waar we in aflevering 2 van De Ongelooflijke Geschiedenis uitgebreid bij stil staan. Het nieuws slaat ook bij Beethoven in als een bom, zo beschrijft zijn leerling Ferdinand Ries:
Ik was de eerste die Ludwig het nieuws vertelde dat Bonaparte zich tot keizer had uitgeroepen, waarop hij in woede uitbarstte en uitriep: “Dus hij is niet meer dan een gewone sterveling. Nu zal ook hij alle mensenrechten vertrappen en toegeven aan zijn ambitie: nu zal hij zich superieur aan de mens vinden en een tiran worden!” Beethoven ging naar de tafel, greep de titelpagina, scheurde die in tweeën en smeet hem op de grond.
Beethoven is gedesillusioneerd. Hij krast Napoleons naam met zoveel kracht door dat het papier openscheurt. Het meesterwerk krijgt een nieuwe titel: ‘Sinfonia Eroica, gecomponeerd om de herinnering aan een groot Man te vieren.’ Toch blijft Beethoven naderhand het werk associëren met Napoleon. Mogelijk om steun te winnen van de Franse autoriteiten, vanwege Beethovens verhuisplannen van Wenen naar Parijs.
Een bizarre compositie
Op 7 april 1805 werd Beethovens derde symfonie voor het eerst publiekelijk uitgevoerd in Wenen. Het werk was voor de toehoorders in veel opzichten erg verrassend, in vergelijking met Beethovens eerdere symfonieën. Vanaf de eerste klanken was duidelijk dat Beethoven met de Eroica een nieuwe weg insloeg. Al in maat 7 wordt het openingsmotief onderbroken door een dissonante C♯ – zoals hieronder te beluisteren. Een noot waar muziekcritici tot op de dag van vandaag over discussiëren, waarom Beethoven hiervoor koos. Ook de vroege inzet van de tweede hoorn voor de recapitulatie was tegendraads. Ferdinand Ries vervloekte zelfs de hoornist bij de eerste repetitie, omdat hij ervan overtuigd was dat de hoornist de maten verkeerd had geteld en te vroeg inzette. Het stuk werd ontvangen als een ‘originele’ maar ook ‘bizarre’ compositie.
In de structuur en vorm van het werk brak Beethoven met de classicistische stijl. In eerste plaats vanwege de ongekende omvang van het stuk. Het eerste deel – van de in totaal vier delen – is bijvoorbeeld ongeveer net zo lang als een klassieke symfonie in zijn geheel. Een vroege recensent stelde zelfs voor om het stuk in te korten, en schreef: “Een zeer nieuwe symfonie van Beethoven, geschreven in een heel andere stijl. Deze lange en uiterst moeilijk uit te voeren compositie is eigenlijk een sterk uitgewerkte, gedurfde, wilde fantasia.” Ook de orkestgrootte en moeilijkheidsgraad van het stuk waren ongebruikelijk. In 1807 hield een orkest van Leipzig zelfs een paar extra repetities, zonder ervoor betaald te krijgen.
Volgens velen is het tweede deel, de marcia funebre, het hart van de compositie en een van Beethovens meest invloedrijke stukken. Deze treurmars bevat een grote emotionele reikwijdte, beginnend in een sobere mineur waarna de tonen langzaam overgaan in majeur. En waar Beethoven en andere componisten in eerdere symfonieën vaak kozen voor een traditionele menuet, zeker na een treurmars, is het derde deel in de Eroica een energieke scherzo, wat letterlijk grap betekent.
Met de heroïsche titel in het achterhoofd, bouwt Beethoven hiermee een opvallende spanningsboog op van een held die strijd, sterft en uiteindelijk wordt wedergeboren. Deze emotionele stijl markeert een duidelijke verschuiving van de klassieke periode naar wat later de romantiek wordt genoemd. Ook de lengte van de symfonie en orkestgrootte zijn typisch romantisch. De gedramatiseerde BBC-film Eroica uit 2003 – over Beethovens eerste uitvoering in Wenen – kreeg niet voor niets een veelzeggende ondertitel mee: ‘The day that changed music forever’.
Een zoektocht naar aanvaarding
De diepere betekenis van de Eroica is vaak gekoppeld aan Beethovens persoonlijke ervaringen. De symfonie is onlosmakelijk verbonden met het Heiligenstädter Testament van oktober 1802, waarin Beethoven zijn wanhoop over toenemende doofheid en zelfmoordgedachten beschrijft. De brief werd na zijn dood gevonden:
Tot het verrichten van grote daden voelde ik mij steeds geneigd. Maar bedenkt, dat sinds zes jaren een heilloze toestand mijn deel is. […] Ach! Hoe was het mij ook mogelijk, de zwakheid van een zintuig kenbaar te maken, dat bij mij volkomener dan bij anderen behoorde te zijn; een zintuig, dat ik eens in de hoogste volkomenheid bezat, in een volkomenheid zoals maar weinigen in mijn vak hetzelve bezitten of bezeten hebben? O! Dat kan ik niet.
– Passage uit Beethovens Heiligenstädter Testament
Juist in deze periode ontstonden de eerste schetsen van wat later de Eroica zou worden, maar Beethovens eerste creatieve uitweg na het Testament was een ander werk. In de weken na zijn crisis begon Beethoven aan het oratorium Christus am Ölberge (Christus op de Olijfberg). Het onderwerp, Christus die in Getsemane worstelt met zijn lijden en uiteindelijk tot God roept “niet mijn wil, maar Uw wil geschiede”, weerspiegelt Beethovens eigen zoektocht naar aanvaarding.
Op het moment dat Jezus in het oratorium deze woorden uitspreekt, laat Beethoven een specifieke baslijn omlijst door strijkers horen (beluister hierboven). Bijna een jaar later, toen hij de Eroica vorm gaf, greep hij opnieuw naar eenzelfde progressie met bas en strijkers. De muzikale echo tussen beide werken suggereert dat Beethoven in de berusting van Christus iets leerde. Het oratorium wordt daarmee wel gezien als het fundament van Beethovens ‘tragic-to-transcendent’ schema: een beweging van strijd naar (transcendente) overwinning die zijn muziek in deze jaren steeds sterker kenmerkt, met de Eroica als hoogtepunt.
Toen Beethoven de Eroica enkele jaren later voltooide, was hijzelf tot deze (relatieve) aanvaarding en berusting van zijn eigen lot gekomen. Commentatoren interpreteren de symfonie dan ook vaak als een muzikale uitdrukking van de strijd en de uiteindelijke overwinning van zijn crisis: strijd, dood en wedergeboorte. Volgens de musicoloog Maynard Solomon was het Heiligenstädter Testament in zekere zin “het literaire prototype van de Eroica-symfonie. Een portret van de kunstenaar als held, getroffen door doofheid, teruggetrokken van de mensheid, zijn impulsen tot zelfmoord overwinnend, vechtend tegen het lot, hopend ‘slechts één dag van pure vreugde’ te vinden.” Was de belichaming van de held in Beethovens Eroica uiteindelijk niet Napoleon, maar de kunstenaar… of toch iemand Anders?
Literatuurverwijzing:
November, N. (Ed.). (2020). The Cambridge companion to the eroica symphony. Cambridge, England: Cambridge University Press.
Taruskin, R. (2009). The first romantics. In The Oxford History of Western Music: Volume 2: Music In The Seventeenth And Eighteenth Centuries (pp. 641–690).
Meer leren over onze wereld en cultuur – door geschiedenis, kunst en geloof? Abonneer je op De Ongelooflijke Substack en ontvang iedere week nieuwe artikelen in je mail. De artikelen blijven gratis, wel kan je vriend van De Ongelooflijke worden om ons werk te steunen.






